is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerrede over Zach. VIII: 23; uitgesproken in de Gereformeerde Kerke te Mydrecht, op den 7den september 1777

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wezen, in te slaan en te houden tot den einde, Ps. 119: 33; hoe naauw en eng voor vleesch en bloed, reet hoe veel doornen bezaaid, ja ofschoon hun ook op dezelve leeuwen ontmoeten! onder gedurige bede om den Geest, Ps. 143:10, dat zij dezelve als voorgangers wilden eerbiedigen, niet vooruitloopen door eigene wijsheid, maar van hunnen mond al hangen, en hen als goede voorgangers navolgen , Hebr. 13: 7 ; dat deze leidslieden gestadig op hen het oog mogten houden , ja als zij regts of links afweken, hen bestraffen zouden, en de dwalinge hunnes wegs onder 't oog brengende, hooren zullen , volgens Ps. 141 : 5 , de Regtvaardige sia raij,^ het zal weldadigheid zijn, en Hij bestraffe mij, t zal olie des hoofds zijn.

En zouden wij er ook niet bij mogen voegen , dat zij begeerden met hen tot God te gaan in den gebede, ja dat dezelve hen daarin als voorbidders mogten voorgaan ? gelijk de Apostel Paulus, Eph. 1 : 16, hierin zulk een uitmuntend voorbeeld en voorganger was.

§§. Doch wij zouden de woorden met alle ruimte ook kunnen overzetten ; laai ons mei ulieden gaan; gelijk onze kantteekenaars ook aanmerken, en dan geeft de Geest ons stilzwijgende daaronder te kennen:

* Dat deze wegwijzere en leidslieden, in plaatse van deze Heidenen op te zoeken in de wegen, en hen toe te roepen wie is slecht, hij keere zich herwaarts, verlatet die slechte wegen en levet en tredet op den weg des verstands; als scrupuleus waren om dezelve mede te nemen en met hen te gaan , hebbende deze leidslieden nog geen klaar doorzigt in de roepinge der Heidenen, gelijk dat de uitkomst getoond heeft; (lees Hand. 10:28, 11:3, 18,) of ter hunner beproevinge, ja om hen, die zich traag toonden, meer te verwakkeren, zoo als de wijze Naomi handelde, gelijk gezien is, en de Heere Jezus met de Cananésche vrouwe Mallh. 15 : 23—28 , met den blinde Bartimeus, Mare. 10 : ^ > en met de Discipelen, Joh. 6:67; trouwens, de Heere heeft behagen in een vrijwillig volk, Ps. 110:3.

En dan geven deze Heidenen met deze woorden te kennen, dat zij daarin hun hoogste voorregt stelden, het als een bewijs van groote liefde erkennen, en met dank beantwoorden zouden, ja hen als baden, dat zij tot hen Gods woorden mogten spreken. Althaas wij lezen, Iland. lo :42, en als de Joden uitgegaan waren uit de Synagoge, baden de Heidenen, dat tegen den naasten Sabbath tot hen dezelfde woorden zouden gesproken worden ; en gelijk Ly-

dia