is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerrede over 2 Chron. 29 vs. 27b

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hinnoms, hij verbrandde zijne zoemen door vuur, zijuen ingebeelden God ter eere, en zijnen zoonen zei ven, zoo hij meende, Ier zaligheid, en daarbij verstoutte hij zich den Profeet Jesaia toe te voegen: »Ik wil den Heere niet verzoeken." Zoo vroom was hij in eigene oogen. Hij was oorzaak, dat hij in de handen des Konings van Israël viel, toen Pekah, de zoon van Remalia, 120,000 weerbare mannen van Juda op eenen dag sloeg , en dat van Juda 200,000 zielen gevankelijk naar Samaria gebracht werden. Bovendien werd hij benaauwd door de Edomiten en Philistijnen, terwijl het vleeseh, dat hij tot zijnen arm gesteld had, de Koning van Assyriën , zijne bezwaren nog vergrootte, zonder hem eenigzins tot hulp te zijn, gelijk vleescli zulks steeds gedaan heeft.

Ja ter tijd, als men hem benaauwde, zoo maakte hij des overtredens tegen den Heere nog meer-, want hij offerde den goden van Damascus, die hem geslagen hadden, en sloot de deuren van den ten eenemale door hem beroofden Tempel Gods toe, daartoe maakte hij zich altaren in alle hoeken te Jeruzalem. Ook maakte hij in elke stad van Juda hoogten, alzoo verwekte hij den Heere zijner Vaderen God tot toorne.

Na dezen werd Hiskia Koning-, 25 jaren oud zijnde was zijn eerste werk, dat hij de deuren van het huis des Heeren opendeed , het huis des Heeren heiligde en reinigde en voor het koningrijk , voor het heiligdom en voor Juda eene zonde tegen de zonde naar Gods Woord toebracht, en de Priesters sprengden het bloed der runderen, der rammen en der lammeren tegen de zonde, tegen de schuld, en tegen de ongerechtigheid op den altaar, en om te belijden dat ook dit alles zonde was, slachtten zij ook de bokken tot zonde, nadat de Koning en