is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerrede over 2 Chron. 29 vs. 27b

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cle gemeente door de Priesters liumie handen op denzelven gelegd hadden, en zij maakten hun bloed tot zonde op den altaar, opdat in genade bedekt zoude zijn het gansche Israël. Deze laatste handeling nu, die door brandoffer is vertaald, heette eigenlijk : een opgang van alles in de vlammen Gods; en nu staat er, ter tijd nu als dat brandoffer begon, begon het gezang des Heeren met de trompetten, en met de instrumenten Davids, des Konings Israëls.

Bij den eersten opslag geven deze woorden aanleiding tol de vraag: Waarom begon toen eerst het gezang des Heeren ?

Wij wenscheu deze vraag tot eene algemeene te maken, ten einde uit hare beantwoording de beantwoording eener

O O

tweede te doen voortvloeien, die wij als volgt voorstellen :

IVat hebben wij te doen, opdat ook bij ons het gezang des Heeren beginne met de trompetten en met de instrumenten Davids, des Konings Israëls P

I.

Waarom begon het gezang des Heeren ter tijd als het brandoffer of de opgang in de vlammen begon?

Wij lezen in het 25ste vers van ons hoofdstuk, dat Iiiskia de Leviten in het huis des Heeren stelde met cymbalen, met luyten en harpen. De heilige schrijver voegt hierbij: naar het gebod Davids, en Gods des Sienders des Konings, en Nathans des Profeeten: want dit gebod was van de hand des Heeren door de hand zijner Profeeten. De Leviten nu stonden met de instrumenten Davids, en de Priesters met de trompetten.