is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerrede over 2 Chron. 29 vs. 27b

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doen bewijst dat zij God loven omdat God hun iets gegeven heeft, en niet omdat God God is. Zij zullen derhalve op God niet hopen als het den schijn heeft dat God ze dooden wil, alzoo lost hun gezang zich op in het gewone doen en drijven der wereld.

Maar het antwoord op de voorgestelde vraag! Welaan, zie hier het antwoord: Matigt u niets aan! Aanmatiging was de oorzaak dat er eens éénen gevonden werd zonder bruiloftskleed en dat hij verstommen moest op de vraag: Vriend, hoe zijt gij hier gekomen?

De aanmatiging in geestelijke dingen is gelijk een zuurdeessem dat alles doordringt en doortrekt, en heeft ook aanmatiging in tijdelijke en ligchamelijke dingen ten gevolge: alles moet dan voor mij zijn , alles mij eeren, niets is dan meer goed genoeg voor den mensch, alles staat hem in den weg, als hij niet de eerste mag zijn. Maar ook God moet dan voor hem onderdoen, dat is ligt te begrijpen: God is voor hem, Christus is voor hem, de genade is voor hem, en als hij daarvan zingt en speelt, dan moet iedereen het weten wat hij voor een man is.

En het antwoord wederom aan eenen andere: Matig u niets aan!

Hoe laat zich dit toch overeen brengen dat gij het Evangelie heden en morgen en gedurig van nieuws aan hoort, en toch telkens weder dezelfde klacht laat hooren: ik heb geene rust, ik kan den vrede niet vinden , ik weet niet hoe het met mij staat. God is zoo goed, maar mijn hart wil niet breken, o wat is er toch een verkeerdheid bij ons! — Lieve vriend, ik raad u, leer de tien geboden, nog eens en nog eens.