is toegevoegd aan uw favorieten.

Calvinisme en Spinozisme

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit een logisch oogpunt is deze redeneering „schlagend". Ach, hoe veler hart heeft met deze logica geworsteld, en worstelt nog! Maar ook hier beslist het uitgangspunt. Wat voor Paulus de souvereine God is met zijn onveranderlijke, ondoorgrondelijke raadsbesluiten, is voor Spinoza (hoewel hij dit niet uitspreekt, en vandaar de bedriegelijke verwantschap) de eeuwige onveranderlijke substantie, de Deus sive natura, de onpersoonlijke God.

Is het wonder, dat een leer, waarin plaats scheen te zijn voor zoo diepgaande mystiek en zoo vrome overgave, ja wegzinking, in God, vele harten overwon? Moest zij niet bekoren om haar geweldige logische kracht, en schijnbaar onoverwinlijke consequentie? En vooral, moest dit stelsel niet juist die gemoederen veroveren, die om een aangeboren gevoel voor mystiek voor het pantheïsme een zekere psychische voorbeschiktheid bezaten? „Een stelsel", zegt Gunning,l) „dat zoo bepaald op den weg ligt van den mensch moest vele vrienden vinden."

In onderscheiding nu van het cartesianisme, dat meer in de publieke wereld, in de officieele wetenschap, zijn intocht deed, baande het spinozisme, naar zijn aard, zich meer den weg in het verborgen leven, in het gezelschap, het conventikel. Vooral na de verschijning toch van het theologisch-politiek tractaat was het spinozisme geïndiceerd, verbannen. Spinoza was de verworpeling, het hellekind. In een pamflet van 1672 2) werd gezegd, dat het theol. pol. tract. door den afvalligen jood tezamen met den duivel in de hel was gesmeed. In een strijdschrift tegen het spinozisme noemde Democritus de volgelingen van Spinoza: blinde, domme, razende spooksels des duivels 3). Ja, in een brief van Constantius Prudens wordt van

1) T. a. p. 6.

2) Aangehaald bij Knappert, Gesch. der Ned. Herv. Kerk, 292.

3) Een merkwaardig en wel zeldzaam boekje, getiteld: Fatum fatuum, dat is, Het dwase noodlot; sijnd een sonneklaar Bewijs, dat alle tegensprekers van de vrije Wil des Menschen, door onfeijlbare Gevolgen, gedwongen sijn, de Yrijheidt Gods insgelijx weg te nemen; of de Atheïsterij van Spinoza vast te stellen. Bij welke Gelegenheidt de Geheijmenissen der Cartesiaansche Philosophie klaar ontdekt en wederlegt worden; en getoond, watal schade daar door veroorzaakt is. Nevens een Geschrift Van den Afval en Herstel-