is toegevoegd aan uw favorieten.

Herdenkingrede

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

menschen wel zeer humaan behandeld worden, maar waar de naam van Christus niet genoemd wordt?

Het nadenken over deze vraag bracht hem tot de overtuiging: Dat mag niet. Hij kwam tot het inzicht: De volgelingen van Christus hebben de roeping zélf voor deze ellendigsten van alle zieken te zorgen, en zij hebben gefaald door deze zorg aan anderen over te laten. Er is oorzaak tot droefheid en berouw, dat wij, die roemen in den barmhartigen Hoogepriester, zoo lang aan deze ongelukkigen voorbij zijn gegaan zonder actieve daden van helpende barmhartigheid.

Het is noodig mijne hoorders, dat wij ons op dit punt hier goed bezinnen.

Onze Vaderen, die de krankzinnigen overlieten aan hun lot, dat wil practisch zeggen, aan den spot van het volk (waartegen de Overheid hen in bescherming moest nemen) — deze Vaderen waren niet ongelooviger of onbarmhartiger dan wij.

De liefde van Christus drong hen op ander gebied tot grootere offers dan wij gebracht hebben. Maar de zaak was deze. Zij zagen het niet. Zij waren zich niet bewust, dat de krankzinnigen recht hebben op barmhartigheid; dat zij van Godswege besteld zijn als voorwerpen van Christelijk mededoogen.

Wij zien in de geschiedenis telkens, als een verschijnsel van tragische verblinding, dat de Christenen den wil van Christus niet kenden en daarom berustten in toestanden van onrecht en wreedheid. Onze Vaderen hebben eeuwenlang de slavernij geduld en verdedigd. Zij hebben ketters en heksen verbrand. Zij hebben toestanden van maatschappelijke tvrannie geduld, die ten hemel schreiden. Dit verzuim werd veroorzaakt, deels door verkeerde instelling tegenover het aardsche leven, anderzijds door verkeerde schriftopvatting.

Tegenover de krankzinnigen was er nog een bijzondere reden, waarom het Christendom gefaald heeft. Men zag in hen niet veel anders dan openbaring van demonische machten, incarnaties van den duivel, en tegenover den duivel heeft men immers nergens en nooit mededoogen te toonen!

De Christenen konden dus de krankzinnigen verwaarloozen, belachen, mishandelen, zonder dat hun conscientie getuigde.

Houdt gij dit in het oog, dan wordt daardoor verklaarbaar het raadsel, waarop Dr. De Blinde in zijn referaat „Stichting en Maatschappij" wijst, dat de Heidenen, gelijk b.v. de Egyptenaren en de Mohamedanen, hun geesteskranken eerbiediger behandelden dan de Westersche Christenvolken. Dan wordt ook verklaarbaar het beschamend feit, dat in die Westersche landen de actie tot een menschwaardiger behandeling van de krankzinnigen niet zoozeer van de rechtzinnige, kerksche Christenen, maar van de mannen der liberale levensbeschouwing, als Pinel in Frankrijk en Conolly in Engeland, Dr. Ramaer en Prof. Schroeder van der Kolk in Nederland, uitgegaan is.

Ja, misschien moet het aan diezelfde geesteshouding worden toege-