is toegevoegd aan uw favorieten.

Overzicht der werken, brochures, tijdschriftartikelen enz. van de Hervormd Gereformeerde hoogleeraren Dr. J.A.C. van Leeuwen, Dr. H. Visscher en Dr. J. Severijn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De grenzen der natuurwetenschap zijn dus beperkt. Zij is ^krachtens haar wezen niet bij machte den weg te ontsluiten naar de kennis van den laatsten grond der dingen. Zij heeft die pretentie ook niet. De wetenschap staat buiten het geloof en buiten alle philosophische speculatie. Met de exacte wetenschap krijgt het geloof geen conflict: mogelijk wel met het geloof van haar beoefenaars. Tusschen wetenschap en religie is geen conflict, wel tusschen twee gelooven.

III. Thans gaat de auteur den oorsprong der wijsbegeerte na. Drang naar wijsbegeerte wordt geboren uit de behoefte der rede om het verborgene, het mysterieuse in de verschijnselen te brengen onder het licht der rede. In het gevoel van verwondering ligt de oorsprong der wijsbegeerte.

Al blijkt uit de geschiedenis, dat wijsgeerige systemen niet spoedig verouderen, toch is er een veelkleurigheid van wijsgeerige stelsels, hetgeen slechts verklaard kan worden uit de veelheid van momenten, die zich in het wijsgeerig denken doen gelden. De verschillende scholen en systemen der Westersche menschheid zijn slechts verklaarbaar uit den rijkdom der verscheidenheid van gaven, die in alle schepselen openbaar wordt.

Tusschen den wijsgeer en zijn systeem heerscht een levensbetrekking; tusschen den beoefenaar der exacte wetenschap en zijn methodischen arbeid bestaat een samenhang, die voor hem een technisch karakter verkrijgt.

De wijsbegeerte draagt een pantheïstisch karakter, aangezien het oneindige in zijn identiteit met het eindige zich langs een procesmatigen ontwikkelingsweg moet ontvouwen. Voorbeelden hiervan worden door den Schrijver aangegeven.

De evolutionistische wereldbeschouwing wordt aan een hevige critiek onderworpen. Heel het wereldleven, waaronder ook de mensch, wordt in een alomvattend proces van evolutie betrokken. Alles komt langs een weg van mechanisch worden tot stand, door geen onzienlijke ideëele factoren geleid. Methodisch moge deze be. schouwing haar nut hebben, toch kan zij niet meer scheppen dan de voorwaarden voor de kennis. Het kan trouwens niet juist zijn een wetenschappelijke methode eenvoudig om te zetten in een wijsgeerige beschouwing om daaraan zonder afdoende rechtvaardiging een universeele geldigheid toe te kennen. Op deze wijze worden de grenzen eener methode verre overschreden, aangezien ook aan den geest in al zijn openbaringen alle oorspronkelijk wezen moet worden ontzegd. De evolutionistische wijsbegeerte, welker consequentie voert tot de vernietiging van het oorspronkelijk wezen des geestes, vernietigt de mogelijkheid van het kennen zelf. Zulk een wetenschap doodt met de vernietiging van haar instrumenten zichzelf.

De groote verscheidenheid van wijsgeerige beschouwingen vindt