is toegevoegd aan uw favorieten.

De tegenwoordige stand van het Christusprobleem. De uitgangspunten eener christologie op den grondslag der kritische theologie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor het misverstand, dat de orthodoxe Christus bedoeld is? Het valt sommigen überhaupt erg moeilijk, zich in het wezen dezer Christusprediking in te denken; zij herinnert nog het meest aan de oude doketische Christusprediking: beide beschouwingen leeren een Christus, die als het ware tusschen hemel en aarde zweeft, al berust het moderne „doketisme" op heel andere gronden dan het oude. x)

De tweede bedenking is deze: dat moeilijk aangetoond kan worden, dat die ideale Christus meer is, iets heel anders is, dan een product van religieuse fantasie en menschelijke ervaring. Hij is voor zijne aanhangers zeker heel iets anders. Maar dan moet nog een theologisch betoog geleverd worden, dat en waarom die kosmische Christus, ondanks de ontstentenis van elke „historische basis toch als eene realiteit en als eene openbaring Gods beleefd wordt. Er zijn al pogingen gedaan, om deze bezwaren te ondervangen en het recht van een Christusgeloof, dat radicaal en positief tegelijk is, aan te toonen 2); maar een omvattend theologisch betoog ontbreekt nog.

Het hangt van allerlei factoren af, van intellectueelen, van psychologischen, van emotioneelen aard, aan welke figuur wij de voorkeur geven, door wien wij ons het meest gegrepen weten: a. den menschelijken Jezus, opgevat als orgaan van God en min of meer als brenger van een evangelium aeternum, — b. dien Jezus, opgenomen in de glorie van Christus, — c. Christus alleen los van alle historische en menschelijke trekken. Misschien loopt onze beschouwing ten slotte noodzakelijkerwijze uit in het synthetisch betoog: dat het Gode behaagd heeft twee groote figuren ons te schenken, wier verband van dien aard is, dat de een het nauwer, de ander het losser ziet, dat de een meer nadruk legt op het contact en op de continuïteit, de ander meer op de spanning tusschen beide gestalten. De hervatting van de christologische discussie lijkt mij overbodig en ongewenscht. Wie niet „theologisch verbildet" of „theologisch" bevooroordeeld is, die_ ziet dat ondanks groote verschillen van zienswijze en beleving, een gemeenschappelijke band ons allen verbindt.

*). Het is de Christus van M. Kahler (zie diens „Der sogenaannte historische Jesus und der geschichtliche biblische Christus" 1891 2 1896) losgemaakt van zijne „geschiedkundige" basis. De kans dat zij, die deze Cnristusleer toegedaan zijn, tenslotte tot de orthodox-bijbelsche christologie terugkeeren, lijkt mij niet gering.

denk aan Boekenoogen t.a.pl. en bovenal aan de uiteenzettingen van G Wobbermin, t.a.pl. 70 w., die op pag. 84 terloops ook met het wegvallen van de historiciteit van J ezus rekening houdt, zonder te erkennen, dat hiermede de realiteit en de religieuse kracht van het Christusbeeld té loor zijn gegaan. Zie ook de lezing van Roessingh in deze brochure.