is toegevoegd aan uw favorieten.

Welgelukzalig zijn zij, die in het huis des Heeren wonen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONS STERVEN IS HENEN^ GAAN TOT DEN YADER.

Ik ben van den Vader uitgegaan en ben in de wereld gekomen : wederom verlaat ik de wereld en ga henen tot den Yader.

Joh XVI : 28.

De Heiland noemde zijnen eigen dood een henen gaan tot den Vader. Het sterven van allen, die kinderen van God genoemd worden, is ook een wederkeeren naar het vaderland; Hij die van den Vader kwam, en tot den Vader henen ging, Hij wilde voor alle ware vereerders van God, eene plaats bereiden in het huis des Vaders, in hetwelk vele woningen zijn. Hier zijn wij gasten en vreemdelingen; zoodra wij op den wenk des Vaders te huis komen, dan zijn wij bevrijd van alle onvermijdelijke moeijelijkheden onzer levensreize, en dan vereenigen wij ons in het vaderlijke huis, met degenen die reeds vroeger aldaar zijn aangeland.

Aan alle plaatsen, Heer des hemels en der aarde! zijt Gij nabij uwe kinderen; zij zijn van u uitgegaan , zij wandelen ouder uw alziend oog; zij keeren eens weder tot U. Er is niets hetwelk hen zou kunnen scheiden van uwe liefde, — noch leven, noch dood ; noch de onpeilbare diepte van den afgrond, noch de onafmeetbare hoogte van de verst verwijderde ster in het onomvadembaar heelal; maar daarboven , in de toekomende wereld, in ^ de woningen der volmaakt regtvaardigen, zullen wij den zaligen invloed van uwe nabijheid onmiddellijk genieten; de dood moge ons dan scheiden van de aarde en onze aardsche betrekkingen : wij worden- door denzelven niet van den Vader, niet van het vaderlijke huis gescheiden ; o neen !

De dood verlost ons van ons kruis,

En brengt ons by den Vader t'huis.