is toegevoegd aan uw favorieten.

Het vaste fondament Gods en zijn zegel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en de trouw van God, die nooit kunnen falen. De Heer alleen is de bouwmeester, en niet de menschen, want Hij zegt in Matth. 16 : 18: „Op deze rots zal ik mijne gemeente bouwen," enz.

Wij hebben hierboven gezien, hoe de Gemeente op den uit het graf verrezen Christus is gegrond, op den Zoon des levenden Gods, den Erfgenaam des levens, wiens onverwinlijke macht in de opstanding uit de dooden op het klaarste bewezen is. Het fondament der Gemeente toont reeds aan, dat zij een geheel nieuwe en hemelsche zaak is, die in geheel geen verbinding met de oude schepping staat. Haar bestaan is een gevolg van de verwerping van Christus door de wereld en door zijn aardsche volk, en evenzeer een gevolg van zijne verheerlijking aan Gods rechterhand. Eerst nadat alle betrekkingen Gods met Israël, op grond der wet, en zijne betrekking met de wereld tengevolge van de verwerping van zijnen Zoon geheel en al afgebroken waren , kon de roeping der Gemeente plaats vinden. Ook was het onmogelijk, dat een uit de Joden en uit de volken vereenigd lichaam van geloovigen gelijktijdig met den middelmuur der omtuining, die de wet tusschen die beiden had gesteld, bestaan kon. De dood van Christus was dus niet alleen het einde van de oude schepping, maar eveneens van alle op de wet gegronde betrekkingen. Christus heeft den middelmuur des afscheidsels verbroken , en in zijn vleesch de vijandschap , de wet der geboden , in inzettingen bestaande , uit het midden weggedaan; en nadat Hij door het kruis de vijandschap gedood had, beiden (de geloovigen uit de Joden en die uit de volken)