is toegevoegd aan uw favorieten.

Het vaste fondament Gods en zijn zegel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in zichzelven tot éénen nieuwen mensch geschapen. (Efez. 2 : 14—16.)

Daar nu de Gemeente als een geheel nieuwe zaak noch tot het Jodendom, noch tot de oude schepping in betrekking staat, zoo bleef zij tot op het oogenblik liarer roeping een verborgenheid, die van alle eeuwen verborgen was in God. (Efez. 3.) Om deze reden vinden wij in het Oude Testament geen enkel woord, geen aanduiding hoegenaamd van de Gemeente, uitgenomen in voorbeelden of typen, waarvan evenwel de beteekenis eerst kon verstaan worden na de openbaarmaking der verborgenheid. Derhalve bevinden zich allen, die de Gemeente in het Oude Testament zoeken, en de uitspraken des Ouden Testaments op haar willen toepassen, in een groote dwaling, en verraden zij daardoor hunne volle onbekendheid met het eigenlijke karakter der Gemeente.

Doch niet alleen ten aanzien van het fondament staat de Gemeente buiten alle betrekking tot de oude schepping of tot welk aardsch systeem ook, maar ook ten opzichte van hare roeping , opbouwing en voleindiging is alles goddelijk en in overeenstemming met Gods raadsbesluiten. Alles is zijn werk; alles is gegrond op zijne onbegrensde genade, welke niet alleen onafhankelijk van de verantwoordelijkheid van den mensch handelt, maar den mensch zelfs als dood in zonden en geheel verloren vooropstelt. „Die ons behouden heeft en geroepen met een heilige roeping, niet naar onze werken, maar naar zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jezus vóór de tijden der eeuwen." „Want uit genade zijt gij behou-