is toegevoegd aan uw favorieten.

Het vaste fondament Gods en zijn zegel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het Avondmaal voorafging, de zaal verliet. Wij lezen in het 13de hoofdstuk, dat Jezus op de vraag: „Heer wie is het V' antwoordde: „Deze is het, wien ik de bete, als ik ze ingedoopt heb, geven zal. En toen hij de bete ingedoopt had, gaf hij ze aan Judas, Simons zoon Iskariot. En na de bete toen voer de satan in hem." Dit geschiedde gedurende het avondeten. Vervolgens lezen wij in het 30ste veis. „Hij dan, de bete genomen hebbende, ging terstond uit." Als de Heer dus in Lukas zegt: „Doch ziet de hand desgenen, die mij overlevert, is met mij aan de tafel," (Luk, XXII : 21.) zoo ziet dit op het avondeten , hoezeer het in het verband, waarin Lukas het mededeelt, zou schijnen, alsof het op de, tafel des Heeren betrekking had. Doch dit heeft zijn giond hierin, dat Lukas over het geheel de feiten meer in hunne zedelijke beteekenis dan in de geschiedkundige orde opgeschreven heeft; en ongetwijfeld spreekt hier de Heilige Geest eerst na de mededeeling van de breking des broods van hetgeen bij het avondeten voorgevallen was, om de boosheid van Judas, tegenover de onvergelijkelijke liefde des Heeren, die zien in de instelling van het Avondmaal kenmerkte, in een helder licht te stellen. Wij hebben in geloof vast te houden, dat de Schrift zich nooit wederspreekt, en dat elke schijnbare tegenspraak slechts zijn grond heeft in onze gebrekkige opvatting van de waarheid Gods en zijn Woord. Een oprecht Christen zal zich van onderwerping aan de eenvoudige, duidelijke en besliste uitspraken van het Woord Gods door zulk een schijnbare tegenspraak niet laten afhouden. Hij