is toegevoegd aan uw favorieten.

Het vaste fondament Gods en zijn zegel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laat zich leiden naar het licht, dat God hem geschonken heeft, terwijl hij in betrekking tot hetgeen hem nog onduidelijk is op de onderwijzing van den Heer wacht.

Verder hoort men zeer dikwijls de tegenwerping, dat aan de tafel des Heeren een ieder slechts met zichzelven te doen, en ten opzichte van de andere deelnemers geen verantwoordelijkheid heeft. *) Ik antwoord hierop met het woord van den Apostel: „Doet den booze uit uw midden weg." (i Kor. V : 13.) Ook laat men de bedenking gelden, men mag zich niet van de Kerk scheiden. Doch een ieder, die eenigszins met het Woord Gods bekend is, weet dat een Christen dit niet doen kan en niet doen wil. De Apostel zegt ook niet, dat men zich van het groote huis, maar wel van de vaten ter oneer, die daarin zijn , scheiden moet. Want de menigte , die het Christendom belijdt, de verantwoordelijke Gemeente op aarde, welke door Paulus met een groot huis vergeleken wordt, wordt nog altijd door den Heer als zoodanig erkend tot op het oogenblik, dat Hij die uit zijnen mond

*) Hoe dwalend en zelfzuchtig en geheel tegen de liefde en de waarheid Gods in zulk een redeneering is, moet ieder geloovige, die zich met geen redeneeringen en zondige overleggingen bezighoudt, in het oog springen. Als wij vasthouden aan het eeuwig gewicht der ware beteekenis van de instelling van het Avondmaal des Heeren, zoozeer heenwijzende naar den geestelijken, innigen, onderlingen band van al de geloovigen te zamen met hun Heer en Heiland, dan is hot duidelijk, dat het aanzitten aan de tafel des Heeren zonder dien heiligen band te laten gelden met de instelling van het Avondmaal in lijnrechte tegenspraak is. Hoe zouden wij daar bij mogelijkheid kunnen aanzitten ieder voor onszelven, alleen in gemeenschap met den Heer!