is toegevoegd aan uw favorieten.

Afscheidswoord

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met het oog op den boven tijd en wisseling verheven Heiland wordt de herinnering van het te zamen genoten goed een stof van dank en een steun voor het hart; doet de herdenking van onze schuld en ons gebrek ons den moed niet ontzinken; maakt het gevoel van ons wederkeerig gemis ons niet arm.

Hoe zon in deze ure de herinnering van het goede, gedurende den tijd van ons zamenzijn genoten, kunnen achterblijven? Bijkans zestien jaren van gezegende Evangeliedienst liggen achter mij: kan het anders? de gedachten vermenigvuldigen zich in mij tot machtige sommen! De plaats, waar zooveel zegen door Gods goedheid woning had, te verlaten; aan de personen, in wie wij den Evangeliezegen zagen geopenbaard, of die de middelen waren waardoor God ons verblijdde, de hand des afscheids te drukken, o! het valt ons zwaar. De pijn, die het hart daarbij gevoelt, zoekt door de liefde zelve haar voedsel, alles spreekt met herinnerings verdubbelde kracht! Als ik u aanzie, geliefde gemeente, dan vertegenwoordigt zich in u al mijn lief en leed van deze vervlotene jaren, want al dat lief hebt gij mij bereid of verhoogd, al dat leed hebt gij mij trouw helpen dragen. Zou ik ooit kunnen vergeten wat onverzwakte, steeds vermeerderde belangstelling in mijn dienstwerk gij mij hebt betoond, ook in dagen van zwakheid, van overstelping door velerlei arbeid, van in- en uitwendigen strijd! Hoe gij mij hebt verdragen in mijn gebrek, en ook waar ik u zeiven bestrijden moest naar de roeping van het ampt der bediening van het