is toegevoegd aan uw favorieten.

Afscheidswoord

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den Heer zie, dien ik hier dienen mocht, dan verneem ik zijne stem: „vervul ik niet den hemel en de aarde en ben ik u niet beter dan alle dezen?" En gij, verneemt gij dezelfde stem niet, die u zegt: „wat zijn uwe voorgangers anders dan dienaars, door welke gij geloofd hebt, gelijk ik een iegelijken gegeven heb?" Dat zegt de trouwe Getuige, wiens hand niet verzwakt, wiens liefde niet uitgebluscht wordt. Hij zal zich ook krachtig betoonen in uwe overige voorgangers, zoovelen zij van Hem gezonden zijn, en, wat meer zegt, Hij wil zelf bij ons wonen naarmate wij meer behoefte hebben aan zijn persoonlijke nabijheid. O, van daar al die wisseling en al dat gemis dezer aarde, al die scheidingen en haar pijn. Wij mogen hier niet eten van de vrucht des onveranderlijken levens dan door het geloof, want wij moeten door het geloof leeren in alles eerst den Eeuwige te erkennen, van wien wij ons vervreemden zoodra en zoo dikwijls het schepsel ons iets meer wordt in onze schatting dan een geleend goed. Ons leven moet Christus worden en door Hem een leven in God: wat dunkt u, zouden wij iets mogen bezitten, als het gemis daarvan ons naar dat eeuwig goed uitdrijven zal? Weet gij wat de Heer te dezer ure doet? Hij verwijdert ons van elkaar, opdat Hij ons te nader tot zich zou brengen. Hij wil, dat gij mij en ik u zullen vergelijken bij Hem zeiven. Wij zijn zwakke, veranderlijkeschepselen, die niets vermogen dan in zijne kracht, en nu moeten wij scheiden niet op onzen, maar op des Hoeren tijd. Zoo zien wij heden wat wij aan elkander hebben. Hebben wij iets meer aan elkander gehad,