is toegevoegd aan uw favorieten.

Den Heere bevolen! Hand. 20

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het werk zijns Zoons aanschouwt! Maar hoe zal de Evangeliedienaar dezulken kennen? Hij heeft toch de namen niet gelezen in het boek des levens? Neen, gewisselijk niet, maar het kleed van Christus gerechtigheid kleedt zoo warm, zooals onze vaderen zeiden. Dat wil zeggen, dat het kleed niet ijdel om de schouderen hangt, maar er eene inwendige vrucht van gezien wordt. De vrucht der aangebrachte gerechtigheid van den Christus is het werk des Geestes in de ziele. Zoo zal men dan den boom aan de vruchten kennen. Die vruchten heeft de prediker dus aan te geven, opdat Gods kinderen daaruit bij het licht des Geestes zich als voorwerpen van Gods genade leeren kennen, en opdat de man, die op een valschen grond bouwt van dat voetstuk van eigengerechtigheid worde afgestooten, opdat hij, mocht het zijn, den eenig waren grond ia Christus zoeke. Dat werk des Geestes bestaat in de droefheid naar God over zonden en schuld. Dat is de rechtvaardige, die daar kennis aan heeft, ook al eigent hij het zich niet toe! Zulk een rechtvaardige heeft de prediker het dus toe te roepen, dat hem wél zal gaan. „Zalig zijn die treuren, want zij zullen vertroost worden!" Dat werk bestaat in de ontlediging van het harte. De Geest maakt den zondaar zoo arm in~"zTcIizelven, dat hij niets overhoudt, dat ook zijn wijsheid verdwijnt. Zulk een rechtvaardige heeft men het toe te roepen, dat het hem wel zal gaan. „Zalig zijn de armen van geest, want hunner is het koninkrijk der hemelen!" Dat werk des Geestes is een verlangen om met die^ gerechtigheid van Christus bekleed te worden, de klove gedempt te zien,

3