is toegevoegd aan uw favorieten.

Den Heere bevolen! Hand. 20

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is dus harder dan een steen. Deze wordt nog doorboord als de waterdruppelen eindeloos op hem nedervallen, maar de mensch zal zijn gansche leven van het gerichte Gods hooren en indien genade niet tusschenbeide treedt zal zijn harte onverbroken blijven. Ja nog sterker. Geen eeuwigheid van wee zal ooit het hart der verdoemden tot verbrijzeling brengen voor God. 0 Heere! wie zijt Gij dan toch, dat Gij zulke verharde en versteende schepsels nog als een brandhout uit het vuur rukt?

De prediking van de schrik baat, op zichzelf beschouwd, dus niets, maar de prediking van het

zoete evangelie evenmin. Er zijn er ook die in hun jeugd wel eens jaloersch zijn geweest op de voorrechten van Gods volk, en in later tijd gansch onverschillig stonden tegenover de weldaden des Heeren. Rekent men dus met de uitkomst, dan verhardt het Evangelie evenzoowel als de prediking van het oordeel. Kapernaum had zooveel gezien van de rijke wonderen van Jezus, maar de Heiland moest het toevoegen: „Gij zijt tot den hemel toe verhoogd, maar gij zult tot de hel toe nedergestooten worden!" Daarom heeft de dienaar ook met de uitkomst niet te rekenen. Hij heeft den last van zijn Zender te volbrengen, wetende dat de Heere bij machte is om door den schrik tot het geloof te bewegen, even zoo goed als hij door het Evangelie kan lokken in de woestijn.

De last van den Zender moet volbracht worden, en daarom ook het wee over den goddelooze uitgesproken. En wee den dienstknecht zelf, die zwijgt en niet spreekt. „Wanneer de wachter der stad het zwaard ziet komen, en blaast niet met