is toegevoegd aan uw favorieten.

Ga uit!... Breng ze in!

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

arm, den ander al te verminkt, een derde al te kreupel vinden. En dan „blinden"!.... blinden aan zulk een

feestmaal! En hij zal keuren en schiften — zóó lang

keuren en schiften, tot hij niemand overhoudt om te noodigen.

Daarom noemt de heer des huizes ze allen met name. Daarom somt hij op de categorieën, die de minste aanbeveling hebben. Dat z'n knecht ze zonder vreeze roepe!

Hebben we 't verstaan? Verstaan, dat we geen recht hebben van keur of keus? Dat niemand ons te arm, te verminkt, te kreupel, te blind mag zijn, om hem te roepen? De keur? — Die is aan onzen Zender. En Zijn keur is die van vrije, souvereine genade. Want het dwaze en verachte, en hetgeen niets is, heeft God uitverkoren, opdat Hij hetgeen iets is beschamen zou. Opdat het zijn zou, gelijk geschreven is: „Die roemt, die roeme in den Heere!"

Wie is aan onzen God gelijk,

Die armen opricht uit het slijk; Nooddruftigen, van elk verstooten, Goedgunstig opheft uit het stof,

En hen, verrijkt met eer en lof,

Naast prinsen plaatst en wereldgrooten ?

III. Op welke wijze de last des Heeren moet volbracht worden.

Dit is een punt, waarvan we ons wel eens ernstig rekenschap mogen geven.

Dat de last er is, en dat hij moet volbracht worden, wordt onder ons algemeen <— al is 't, helaas, niet altoos gul en met vreugde — voetstoots toegegeven.

Maar als het dan toekomt aan de vraag: hoe hij moet volbracht worden, is de eenstemmigheid dikwerf ver te zoeken.

Voor velen geldt ze eigenlijk niet eens als een vraag.

Van een opzettelijken arbeid om 't Evangelie te brengen aan de menschen van de straten en de wijken willen ze niet hooren. Dat schijnt hun altemaal maar eigen-