is toegevoegd aan uw favorieten.

De laatste woorden des Heeren (Matth. 28-20) in drie leerredenen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heeren haar einde nabij. Menigmaal was zij gelijk aan liet scheepken, waarin de discipelen van Jezus den felsten storm moesten doorstaan. Maar als de nood het hoogst was, was de redding nabij. Dan toonde Hij zichtbaar, voor aller oog, dat het Hem niet aan de macht ontbreekt.

Heeft Hij dat ook niet aan u getoond, gij zijne oprechte, blijmoedige, getrouwe onderdanen? Gij leefdet naar liet goeddunken van uw hart, onverschillig, ongevoelig voor den zegen van liet ware discipelscbap. Gij waart van Hem afkeerig, zijn vijand, zijn tegenstander. He zonde liadt gij lief. De eer, de vreugde dezer wereld was voor u alles. Zonder Christus, ja! zonder God in de wereld, zoo leefdet Gij. Gij werdt op het zondige, het verderfelijke daarvan gewezen. Maar gij hoordet niet! Gij werdt vermaand, gewaarschuwd, gebeden zelfs. Maar die stem was voor u als de stem eens roependen in de woestijn! De stem van den dienaar des "VV oords kwam tot u te vergeefs. Daar kwam Hij-zelf, uw Koning tot u. Op eenmaal stond Hij voor u, en gij kendet Hem! Hij gaf u eene gedachte in het hart, die dat hart aandeed en week maakte. Het was de gedachte aan zijne groote, goddelijke, door u mislende liefde! Het was de gedachte aan 't geen gij jaren lang bij de wereld gezocht, maar niet gevondeu hadt. Gij hadt vrede gezocht en vreugde, maar slechts onrust gevonden en smart; slechts teleurstelling, geen bevrediging. Gij hadt voor dat schijngoed het ware, het blijvende ^verworpen. Dat zaagt gij op eenmaal in, en gij kendet voor 't eerst de zondesmart. De Heer begon u onrustig te maken. Nu nam het eenzaam weenen, het ernstig zoeken een aanvang. De knieën werden nu gebogen; het leven des gebeds begon. Het is zoo, nu en dan was er iets in u, dat u dwingen wilde tot de wereld terug te keeren, maar het