is toegevoegd aan uw favorieten.

De laatste woorden des Heeren (Matth. 28-20) in drie leerredenen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoe zij zich ook noemen en hoedanig hunne gesteldheid ook zij, in de ware kennisse Gods en in het leven naar Gods heiligen wil alleen de waarborg is gelegen van waar en duurzaam geluk. Daarom heeft Hij bevolen dat geen volk ter wereld buiten de gezegende aanraking met het in den Doop verzegelde heil en de zaligmakende kennis Gods blijven zal. En die wil moet de eenigste wet zijn van allen, die naar den Christus Gods zich noemen. Het moet hun genoeg zijn dat Hij dit wil, om zich dadelijk en blijmoedig aan dit werk der Evangelieprediking toe te wijden. Door de liefde tot Hem en door de begeerte naar al wat de eere zijns naams verhoogen kan, gedrongen, zullen de boden des vredes uitgaan in de wereld. Waar zij optreden, overal zal de wereld hen met toegenegenheid ontfangen en zich door hen laten onderwijzen. En al wie nu zelf als vrucht van dezen liefdearbeid tot het geloof in Christus is gebracht geworden, is geroepen om wat een ander was voor hem ook voor anderen te zijn: een bode des vredes, die met blijmoedigheid predikt dat God met den mensch een genadeverbond heeft opgericht; maar ook dat, gelijk in ieder verbond twee deelen zijn begrepen, alzoo ook dit verbond uit twee deelen bestaat, en dat daarin niet alleen van 't geen God heeft beloofd, maar ook van eene menschelijke gelofte sprake is.

Het heengaan in de geheele wereld, het maken van alle volkeren tot discipelen des Heeren, werd wel inzonderheid den discipelen bevolen, maar werd toch niet tot hen beperkt. De Heer der Joden en der Heidenen heeft al den zijnen dezen last opgelegd. Hij heeft gezegd: „Gaat uit, trekt door, rukt uit 's vijands hand wat Mij toebehoort." Hij heeft gezegd: ,/Dwingt ze om in te komen en wendt daartoe al de kracht der liefde aan. Verkondigt hun mijne almacht, mijne liefde,