is toegevoegd aan uw favorieten.

Afscheidsrede naar Handelingen XX: 31, 32, gehouden te Broek op Langendijk, den 28 September 1862

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor den troon des Almagtigen, dat Hij u opbouvve en een zalig erfdeel geve. Ik vertrouw, dat Hij mij niet terugstoot, maar u aanneemt, om u zijn volk te doen zijn en uw God te wezen, die u versterkt, die u vermeerdert, die u heiligt, die u zaligt. O, dan hebt gij geen kwaad te vreezen, dan zal niets tegen u gelukken, dan zal alles medewerken ten goede, dan zal uw geloof, uwe liefde, uwe hope wassen met eiken dag. Ik gevoel het, gij zult niet vergeten worden; ik zal uwer in mijne gebeden blijven gedenken; ook dan, als ik verre van u ben, zal de Heer het hooren, hoe lief ik u heb.

De Heer zegene u en behoede u! De Heer doe u waken en strijden en bidden. De Heer breide waarheid en godzaligheid onder u uit. Hij zij uw staf, uwe sterkte, uw alles. Christus zij uw leven. Christus zij uw sterveu. Christus zij eeuwig uw loilied, uw dank!

Nog kan ik niet eindigen, M. H.! Nog één' oogenblik, opdat ik tot sommigen uwer in het bijzonder spreke, en wel vooreerst tot u, Burgemeester dezer gemeente! in wien ik eenen vriend, eenen zeer geliefden vriend heb gevonden. Heb dank voor uwe bijzondere belangstelling in mij. Gij waart een voorganger in het opkomen naar 's Heeren huis; gij wildet in alles uwe medewerking aan mij geven; gij hebt alles gedaan, om het mij hier goed te doen zijn; ik weet het, wij zijn naauw aan elkander verbonden. God zegene u ! Gij weet, dat het geene ij dele pligtpleging, maar eene bede is. God zegene u, geliefde vriend ! De Heer zij u nabij, de Heer sterke u bij het klimmen uwer jaren, de Heer bouwe u op in het allerheiligst geloof. Weet, dat ik u niet vergeten zal, maar ook de Heer zal u niet vergeten. Vaarwel! God zij met u !

Ook gij ontvangt mijnen dank, Kerkvoogden en Notabelen ! Nimmer heb ik gedacht, dat er te weinig bereidwilligheid bij u was, maar wel heb ik soms gevreesd, dat te veel door u werd gedaan voor mij. Hebt dank voor uwen ijver in het verzorgen der stolielijke belangen dezer gemeente, waardoor gij haren geestelijken wasdom beoogdet. Hebt dank voor uwe liefde jegens mij. Blijft arbeiden in dienzelfden geest. Waakt ook gij voor de gemeente. Geliefden! ik bid voor u, dat God u ze-