is toegevoegd aan uw favorieten.

"Hunne teekenen tot teekenen gesteld"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat gelooven, dat weten wij. Het oog des geloofs ziet een onzichtbaar zwaard, bewarend over het verdrukte erfdeel Gods, maar dreigend over den verwoester: het zwaard der goddelijke gerechtigheid. ^ ie zal bestaan, als Hij spreekt: »Houd u bijeen, o zwaard! keer u rechtsom, schik u, keer u linksom, waarheen uw aangezicht gesteld is?" Zelfs nog door dezen schijnbaar beslechten oorlog zou dat zwaard machtig zijn te rechten, de overwinning gevende. Want dat zwaard slaat ook met krankte, honger, pestilentie, vertwijfeling.

Welnu, tot dien God, wiens zwaard in het eind beslist, is ons gebed, en van hem onze verwachting: »Geef aan het wild gedierte de ziel Uwer tortelduif niet over; vergeet den hoop Uwer ellendigen niet in der eeuwigheid."

PSALM 74. : 4, 18, 20.

L w vijand heeft, ter plaatse van 't gebed,

Gelijk een leeuw gebruld, bij 't zegevieren;

Zelfs, U ten schimp, heeft hij zijn krijgsbanieren, In trotschen moed, tot teekenen gezet.

Geef 't wild gediert', dat niets in 't wóen ontziet, De ziele van uw tortelduif niet over;

Laat, groote (iod! om een gehaten roover, Uw kwijnend volk niet eeuwig in 't verdriet.

Dat elk verdrukt' uw bijstand eens erlang',

Laat, laat uw volk niet schaamrood wederkeeren; Maar wil van hen ellend' en nooddruft weren; Opdat z' uw Naam verheffen in gezang.

GEBED door Ds. J. H. Landwehr.

PSALM 56: 4.

Gij weet, o God! hoe 'k zwerven moet op aard; Mijn tranen hebt g' in uwe flesch vergaard:

Is hun getal niet in uw boek bewaard?

Niet op uw rol geschreven?

(xewis, dan zal mijn wrev'le vijand beven,

I n, als ik roep, straks rugwaarts zijn gedreven; Dit weet ik vast, God zal mij nooit begeven;

\iets maakt mijn ziel vervaard.