is toegevoegd aan uw favorieten.

Een vijftal stellingen in betrekking tot de zondagsschool

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en landlieden wisten het niet; zij, die het denkend deel der natie uitmaakten, moesten voor hen denken en het sjireekt vanzelf, dienovereenkomstig dan ook handelen.

Welnu, om de jeugd en alzoo de toekomst heelemaal te krijgen, moest men haar laten onderwijzen en mitsdien laten opvoeden in den geest van hunne wetenschap. De mannen, die voor het Hooger en Middelbaar Onderwijs benoembaar zijn, braken reeds of doen dat steeds in ruimeren getale met het, huns inziens, verouderde, allen vooruitgang keerende en daarom verderfelijke, bijbelsche geloof. Door de wetgeving behoefden zij dus op dat onderwijs niet in het bijzonder in te werken. Zij hadden slechts te zorgen, dat bij benoemingen de mannen huns gecstes werden verkoren. Gewis, daarin hebben zij zich, gelijk ieder weet, verdienstelijk, ja een naam gemaakt!

Op het gebied van het Lager Onderwijs stond het evenwel anders. Op dit terrein hadden zij niet te doen met het ontwikkeld en denkend deel der natie, maar met het volk, dat op wetenschap geen prijs stelt. Daarom, maar voor een deel ook uit onverschilligheid, verwaarloosde het de opvoeding en het onderwijs. De verwaarloozing was, het is zoo, betreurenswaardig groot. Doch een klein deel bleef daarenboven nog prijs stellen oj) eene Christelijke Staatsschool.

Het koude, ziellooze rationalisme van de mannen dezer zoogenaamde wetenschap had het volk in de verschillende landen voor een zeer groot deel, geheel gevoelloos en onverschillig gemaakt voor het geestelijke, hoogere en eeuwige leven.

De Kerken hadden zij ontzield en van invloed beroofd op het leven der menschenkinderen. Ook hadden zij de