is toegevoegd aan uw favorieten.

Een vijftal stellingen in betrekking tot de zondagsschool

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grondslagen, waarop, in de Christenlanden, de wetenschap, de staatkunde en het maatschappelijke leven waren gebouwd, ondergraven of reeds weggenomen. Het Lager Onderwijs was, om zoo te zeggen, het laatste waaraan, om zeker doel te bereiken, de schennige hand nog moest gelegd worden; het moest óntchristelijkt m. a. w. godsdiensteloos d. i. Godvergeten worden gemaakt. Alzoo geschiedde het ook. Bij de wet werd, tenminste in ons land, den Christus der Schriften in de school voor de jeugd plaats ontzegd. Alzoo kreeg Satan, die den Christus Gods nu zoo goed als verdrongen had uit het leven in al zijne geledingen, óók de jeugd, de hope der toekomst en mitsdien de wereld der menschenkinderen in zijne macht en in zijn bezit.

Als vóór den zondvloed; als ten tijde toen het puigeworpen was; als bij de komst van Christus, toen Joden en Heidenen in de schaduwen des doods nederzaten; als onder de regeering van Juliaan den Afvalligen, toen het helsch geroep werd gehoord: „De naam der Christenen uitgeroeid van de aard", ja gelijk in de dagen voor de hervorming het ware Christendom scheen te zijn uitgestorven, alzóó was het ook in den tijd, waarin wij thans ons verplaatsen. Doch zoomin als toen kon dat nü, het kon en mocht niet naar het ons geopenbaarde verbond der genade van en tüsschen Vader en Zoon. Als, naar het scheen, het rijk der genade verloren en overwonnen was, stond God altijd op en bleek er nog een overblijfsel naar de verkiezing zijner genade te wezen. De redding kwam evenwel nooit op dezelfde, maar dan op deze en dan op gene wijze. Thans verwekte Hij uit het overblijfsel zijner verkorenen mannen en vrouwen, jongelin-