is toegevoegd aan uw favorieten.

Drie leerredenen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar kwam voort uit een verkeerde bron, uit de overweging toch, dat hem de zegen ontgaan was. Hij zag zich zelf benadeeld. Hoe weende Saul niet, als David hem den slip des mantels vertoont! Maar dit kwam voort uit het versterkte vermoeden dat David koning zou worden en de vloek hem achtervolgde. Want straks gaat hij weer voort om David na te jagen als een veldhoen en steengeit over de bergen. Dit zoude hij niet gedaan hebben, was zijn droefheid de ware geweest. • Neen, niet alle droefheid is heerlijk. Men zij toch voorzichtig en beschouwe niet iedere traan als een leesbare brief der genade! Er is een droefheid over gemis van wat dierbaar was voor ons vleesch; omdat we reeds zoo oud beginnen te worden en de beker der vreugde bijna is uitgedronken; of, omdat we niet meer van de wereld kunnen genieten en met zwakte, ziekte en rampspoed hebben te worstelen.' Er is dan weer droefheid, omdat onze kinderen de burgers van Sichem hebben gedood en ons stinkende hebben gemaakt. Hoe vele ouders zijn niet bedroefd, omdat hunne kinderen niet zooveel opgang maken als zij hun leven lang hebben gedroomd. Ook zijn er weer anderen die bedroefd zijn over de zonde, door hen bedreven; doch dit is niet over de zonde als zonde, maar omdat het schade berokkent, verwijdert van het doel dat eerzucht beoogde, schandelijk maakt bij de wereld en de papieren der burgerlijke achting doet dalen of, wel stoffelijk nadeel veroorzaakt. Een droefheid is dit met het oog op ons zeiven, onze bezittingen, kinderen, eere, maar niet met het oog op den Heere en Zijn recht. Een droefheid, omdat er gehandeld is tegen wellevendheid en conventie, omdat er een burgerlijke zonde bedreven is, maar niet omdat des Heeren deugden wierden gekrenkt. Zoo worden soms bittere tranen geschreid; gaat men wandelen met aarde op het hoofd; worden de nachten slapeloos doorgebracht en koortsachtig bedroefd zijn de zoodanigen, brood etende, noch water drinkende. Maar dit alles wordt gedaan met het oog op den mensch, op eigen voor- en nadeel, maar niet met het oog op het geschonden recht des Heeren.

Daarom dan ook wordt deze droefheid genoemd naar