is toegevoegd aan uw favorieten.

Vermaan en bede

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een vermaan dat de Schrift ook elders, dat ze rusteloos en in allerlei vorm tot het volk des Heeren doet uitgaan. Ook tot anderen. Want zelf-bewaring is de vorm der gehoorzaamheid aan 't gebod der heilige zelfliefde, waarvan niemand ooit ontslagen wordt; even weinig als van het gebod om God den Heere lief te hebben, dat er de grond van is; en van dat andere: om lief te hebben den naaste, dat er den maatstaf voor zijn gehoorzaamheid in vindt.

Wee, wie 't vergeet, om ziel en lichaam, om leven en kracht, om gave en talent die Godes zijn, te trekken in eigen dienst, te verderven in zonde! God zoekt het zijne en eischt het met woeker terug!

Doch met dubbelen nadruk komt dit gebod tot hen bij wiealleen in eigenlijken zin van zelfbewaring sprake kan zijn, omdat ze in Christus gered en behouden werden.

En immers ook met dubbel recht? Want hier is méér dan 't recht der schepping. Hier is óók het recht der genade, der vernieuwing, der verlossing in Christus.

En het gebod der zelf-bewaring geldt allereerst wat die genade hen deed zijn.

Ze riep hen uit den dood in 't leven, uit de duisternis tot het licht, uit de vervreemding van hun God tot zijn gemeenschap in Christus; ze maakte hen van vijanden Gods tot kinderen des hemelschen Vaders; van kinderen des toorns tot verzoenden in Jezus' bloed; van beelddragers des duivels tot vernieuwden naar des Heeren beeld.

O, welk een schat werd hun — 'k zeg niet in de toekomst weggelegd, maar — in het heden gegeven! Gegeven, niet slechts in wat ze hebben, maar ook in wat ze zijn.

En 't gewerd hun uit enkel genade, uit vrijmachtig welbehagen, tot den prijs van het bloed van Gods Zoon, en door den arbeid van goddelijk ontfermen!

Is het teveel gevraagd, dat ze het bewaren, dat ze zich-zelven bewaren, om Christus' wille, om Gods wil?

Wat naam zullen we geven aan de ondankbaarheid die speelt met de gave Gods, gekocht door Jezus' bloed? Wat naam aan die andere, die Gods gave buiten zich zou willen vasthouden, om verraad te plegen aan 't werk Gods in zich?

En toch, gebeurt het ons niet al te licht, en al te gedurig? Overkomt het ons niet dat we — als ware te scheiden wat onze God heeft saamgevoegd — 's Heeren gave aan ons — doch hoe dan? — zouden willen bewaren, maar ons-zelven, maar Gods werk in ons, prijs geven aan den vijand?

Hier klimt de zelfzucht, die we in zelf-bewaring zoo licht ver-