is toegevoegd aan uw favorieten.

Vermaan en bede

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niet minder dank ben ik u verschuldigd, geliefde broeders, medeBedienaren des Woords, voor de vriendschap en broederlijke genegenheid die ge me schonkt. Onze liefelijke saamwerking, die, ook bij verschil van inzicht, nooit ernstig werd verstoord, zal bij mij in dankbare herinnering voortleven.

'k Denk daarbij vooral aan u, geliefde broeder Klaarhamer, met wien ik al den tijd van mijn dienst alhier zoo hartelijk saamwerken en verkeeren mocht. Uw diepe, trouwe vriendschap, was me een kostelijke gave mijns Gods; uw inzicht en beleid, waarvan ge me het profijt nooit weigerdet, waren me een onwaardeerbare steun in mijn arbeid. Sterke de Heere u, met uw mede-Dienaren, nog vele jaren voor den dienst zijner Kerk, en make Hij uw aller arbeid vruchtbaar tot bewaring en opbouwing zijns volks en tot hun toebereiding voor de verschijning van onzen Heere Jezus Christus.

Ook aan u mijn dank, geliefde broeders Ouderlingen, op wier steun ik nimmer tevergeefs een beroep deed en wier waardeering me zoo dikwerf beschaamde. Was ons oordeel over het tempo waarin moest voortgetrokken ook niet altoos hetzelfde — over den weg ontstond nimmer ernstig verschil. De Heere doe u daarin voortvaren tot de volmaaktheid en make u getrouw in het bewaren en opbouwen van zijn werk.

Hoe dikwijls deed het me leed, geliefde broeders Diakenen, dat ik, door eigen arbeid in beslag genomen, niet méér kon meêleven in uw heerlijk werk.

't Was deze wetenschap, die u zal weêrhouden hebben van met mij en met de overige Dienaren des Woords dat contact te zoeken, dat voor ons beider dienst en voor den welstand van de Kerk des Heeren onder ons zoozeer gewenscht is.

Worde het in de toekomst gevonden; en sterke de Heere u voorts zóó tot uw dienst, dat de barmhartigheid onzes Heeren Jezus Christus ten eeuwigen leven, die ze verwachtende is, haar troostend schijnsel overvloedig voor zich uitwerpt in 't midden der Gemeente.

't Zou van groote ondankbaarheid getuigen, geliefde broeders, leden der Commissie van administratie — en onder u denk ik vooral aan uw accuraten Boekhouder — zoo ik verzuimde u hartelijk dank te zeggen voor de zorg die gij, zooveel ze u was opgedragen, in materiëel opzicht mij en den mijnen steeds hebt betoond.

Worde het u gegeven de Kerk des Heeren in de verzorging harer stoffelijke belangen nog lang te mogen dienen.

Mijn dank ook aan u, geliefde broeders, die met mij vormdet het Bestuur van den Bond voor Wijkarbeid in Wijk II, en aan allen