is toegevoegd aan uw favorieten.

Het 1000-jarig rijk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij erkennen gaarne hetgeen Johannes gezegd heeft : „die uit God geboren is, bewaart zichzelven en de booze vat hem niet" (1 Joh. 5:18).

Ook gaan wij er gaarne mede accoord, om den overgang uit den zondedood tot het leven in Christus een opstanding te noemen; in den zin als ook Paulus zegt: „Ontwaakt gij die slaapt en staat op uit de dooden, en Christus zal over u lichten" (Ef. 5:14).

Maar wij meenen toch ook op goede Bijbelsche ' gronden te moeten beweren, dat de overwinning van Satan op Golgotha iets anders is dan de binding, welke in het begin van het D. J. Rijk plaats vindt; en dat de opstanding uit den dood der zonde niet dezelfde is als die welke in Openb. 20 betiteld wordt met den naam van „de eerste opstanding".

We willen enkele verzen van het hoofdstuk over het D. J. Rijk lezen, om te zien of wij werkelijk tot de meening kunnen geraken, dat het D. J. Rijk er thans is en daarbij de vraag stellen :

Is de Engel die Satan bindt, Christus; en heeft de binding van Satan in Openb. 20 op Golgotha plaats gevonden ?

In Openb. 20: 1 begint Johannes te zeggen :

„En ik zag een Engel afkomen uit den hemel, hebbende den sleutel des afgronds en een groote keten in zijne hand en hij greep den draak, de oude slang welke is de duivel en satan, en bond hem duizend jaren. En wierp hem in den afgrond en sloot hem daarin en verzegelde dien boven hem, opdat hij de volkeren niet meer verleiden zoude, totdat de duizend jaren zouden geëindigd zijn. En daarna moet hij een kleinen tijd ontbonden worden (•' 1—3).

De tegenstanders der Duizendjarige Christusregeering verklaren — zooals reeds gezegd — deze verzen in het algemeen zoo, dat de Engel, dien Johannes hier ziet, Christus is en dat deze binding en gevangenzetting van Satan de symbolische voorstelling zou zijn van Christus' overwinning over Satan op Golgotha en Zijn opvaren ten Hemel als Triumfator.

Maar waarom, zoo vragen wij, zag Johannes hier dan een Engel die Satan bond en waarom niet Christus ?