is toegevoegd aan uw favorieten.

Eene korte en eenvoudige beschrijving van den weg der bekeering dien de Drie-eenige Verbonds-God met mij gehouden heeft

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het was alsof ik in eene alleenspraak met God was. Toen kwamen mij de woorden voor, die God tot Mozes sprak: „Laat Mij toe dat Mijn toorn ontsteke en dat ik dit volk verdelge." Daarop riep ik uit: „o God, Gij hadt Mozes met het volk rechtvaardig kunnen verdelgen, maar Gij hadt zelf dat gebed Mozes in 't hart gegeven. Nu lig ik hier als een andere Mozes en nu kunt gij Neêrlands volk ook niet verdelgen.

vVat er dien dag tusschen den Heere en mijne ziel is omgegaan, kan ik alles niet beschrijven. Dit zyn zoo eenige werkzaamheden die ik toen heb mogen ondervinden. Mijne vrouw en mijn zoon hebben in dien tijd ook veel ondervonden. Eens zeide mijne vrouw tegen mij: „onze gevangenen zullen uit Frankrijk weder komen, dit heeft de Heere mij beloofd." Kort daarop hoorden wij dat zij al ingescheept waren. Toen waren wij wonderlijk gesteld; en toen de schutters terug kwamen, hebben wij wel drie dagen in verwondering en dankzegging doorgebracht, zoodat wij soms met tranen van verwondering voor de glazen stonden als de schutters voorbij trokken.

Ook heb ik bijzondere toestanden mogen ondervinden toen de nieuwe gezangen in onze kerk werden ingevoerd. Bij het invoeren der gezangen waren wij verlegen wat wij moesten doen, of we dezelve zouden mede zingen ja dan neeii. Dit gaf mij en mijne vrouw veel werk voor den Heere. Wij leenden een gezangboek en lazen het geheel door. Wij bevonden dat er veel in was 't welk niet overeen kwam met onze oude beproefde gereformeerde leer; en de Heere bepaalde ons er bij om ze niet mede te zingen. En wij hebben dezelve tot hiertoe nog nooit mede gezongen, onze kinderen ook niet. Maar ik had veel aanvallen des Satans; en daar ik een liefhebber van psalmzingen was en 't goed had geleerd naar de noten, wilde mijne natuur gaarne medezingen. En daar de gezangen aangename wijs hebben had ik er wel zin in; maar heb het nooit durven doen. Dit bracht mij dan weer voor den Heere. Hij wist hoe ik er onder stond. Mijn gebed was ook dat, indien ik ~er "verkeerd onder stond, Hij mijn hart wilde buigen en licht schenken.» Ik wilde gaarne medezingen, maar was bang dat het niet tot eer van God zoude zijn. Ik voelde altijd een afkeer van "de gezangen, en als ik zag waarom dezelve in de kerk waren ingevoerd, kon ik niet anders zien dan om de hedendaagsclie leugenleer voort te planten: en de kerk hoe langer hoe meer te bederven. Gelijk ook heden ten dage de leugenleer hoe langer hoe meer toeneemt, waardoor de menschen naar eene eeuwige rampzaligheid worden geleid. Ik kon evenwel die aanvallen van Satan niet overwinnen, gedurig had ik er