is toegevoegd aan uw favorieten.

Nalatenschap

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deren door den zondeval gekomen waren, en waarin zij tot lieden en tot in eeuwigheid zouden gebleven zijn, had Hij dit alles in hunne plaats, en als hun Borg- eu Plaatsbekleeder, niet ondergaan. Hij moest een vloek worden, om zijn volk van den vloek te verlossen. Had Hij dit alles niet ondergaan, dan was het woord in Mal. 3 vers 6. gesproken: Ik, de Heere, worde niet veranderd, daarom zijt gij, o kinderen Jakobs, niet verteerd , niet vervuld geworden, en de trouwe Gods had gefeild. Maar neen! de Leeuw uit Juda trad moedig te voorschijn, en vernietigde den dood, den duivelen de hel. Daarom zegt Hij, Openb. 1 vers 18: „Ik leef, en Ik ben dood geweest, en zie, Ik leef in alle eeuwigheid, Amen. Ik heb de sleutels der liel eu des doods. Ik ben de eerste, en Ik ben de laatste". Ook de Evangelist Johannes getuigt van de trouw en eeuwige zondaarsliefde, daar hij zegt, 1 Joh. 4 vers 9: „Hierin is de liefde Gods jegens ons geopenbaard, dat God zijn eengeboren Zoon in de wereld gezonden heeft, opdat wij zouden leven door Hem." Ja wie is in staat, de eeuwige en onveranderlijke trouwe Gods te beschrijven die daar is geopenbaard in onzen Heere Jezus Christus. Vraagt gij, voor wie dit alles geopenbaard is, dan moet ons antwoord zijn: voor hellewichten, voor goddeloozen , ja voor vijanden; om echter de volheid van Gods eeuwige zondaarsliefde in de openbaring van den Heere Jezus Christus uit te spreken, is aan geen menschenkind gegeven , maar wij moeten hierin met Paulus uitroepen : „Wat geen oog gezien heeft, wat geen oor gehoord heeft, noch in het hart des menschen is opgekomen , heeft God bereid voor hen, die Hein liefhebben."