is toegevoegd aan uw favorieten.

Het beproefde goud

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het beproet'le goud.

Het is opmerkelijk, hetgeen wij lezen van Noach, Gen. 6:9, Noach was een rechtvaardig, oprecht man in zijne geslachten, 'tls zulk een verschil, op wat tijd en plaats men voor God en Zijne zaak uitkomt en Hem belijdt. Wanneer 'sHeeren kerk op aarde bloeit, en Hij hare vijanden aan hare voeten brengt, gelijk in de dagen van Mordechaï's verheerlijking, dan worden velen uit de volkeren des lands Joden om de vreeze der Joden, zonder evenwel vreeze Gods te bezitten. Dan brengt de bloote belijdenis hen tot eer en aanzien, maar in Noachs dagen was de aarde vervuld met wrevel, en alle vleesch had zijn weg bedorven. Alsdan wordt men een eenig man en loopt voor ieder in 't oog, niet om ons te volgen en te zeggen: „wij zullen met u gaan!" Neen, maar om zijn leven en Godsdienst als wat vreemds en onzinnigs te beschouwen. Vooral is dit zoo, wanneer der goddeloozen uitwendigen weg schijnt gezegend te worden, en de Heere voor een tijd als slaapt over het werk der boosdoeners, en Zijne gemeente in hunne handen en onder hunne macht schijnt over te geven; wanneer zelfs onze gemeenschap met God ons in levensgevaar brengt en groote opolïeringen van ons eischt.

Van zulk een tijd en van zulk een man wenschen we