is toegevoegd aan uw favorieten.

De heilzame raad tot onderhoud van het leven, of De voedende Jozef, als de behouder des levens van een groot volk; naar aanleiding van Gen. XLI: 55b

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alsof het loof hun toeroept: het heeft u niet goedgedacht, God in erkentenis te houden, daarom heeft Hij het bederf in ons gezonden. Ziet ook eens naar vele huisgezinnen, (ik zeg niet van alle). Van waar zulk eene dringende armoede? Dikwijls omdat de weldaden en zegeningen Gods niet gewaardeerd zijn, en zoo moet er dan somtijds wel eens naar de kruimkens gesnakt worden, waarvan men de brokskens.in overdadigheid had weggeworpen. Meer dan te veel leert zulks de ondervinding. Och! dat elk dit eens overdacht, eer zulk een leed hem treft. Dat elk, hetzij een volk in het algemeen , zoo ter zee, als op het land , hetzg elk in het bijzonder, opmerkzaam wierd, opdat hij de weldaden Gods erkenne, eer ze van hem worden weggenomen.

Maar bezie ik hier jozef, wat zoude hier niet eene beschamende rede in kunnen zijn voor vele menschen, die men opkoopers noemt, welke in lijden van overvloed ook alles voor zeer geringe prijzen opkoopen, maar wanneer de hongersnood en dure tijden komen , niet doen gelijk jozef deed. Dan, zegt men, moet men zijn' slag slaan. Dan sluit men eerst de korenschuren en pakhuizen toe, en zegt: het zal nog wel duurder worden. Men houdt het koren in, en wordt alzoo de oorzaak, dat het volk vloekt. Zoo doet jozef niet, hij opent de schuren. Doch zoo men dan eindelijk moet, als de waar door het inhouden meer dan te duur wordt, en de arme man met zijn huisgezin soms al bezweken is, dan opent men, doch het is tegen eenen prijs, waardoor men de lieden uitmergelt. De woekerzucht vervult dan zoo het hart, dat de consciëntie als toegeschroeid wordt, en men niet anders bedenkt, dan om maar schallen voor zich zeiven te vergaderen. Maar zoo deed jozef niet, want hij zal voorzeker niet gewoekerd hebben, en bedoelde ook niet zich zeiven, maar het behoud des volks. Doch de zoodanigen bedoelen den ondergang van hetzelve. De burger moet daardoor een arme bedelaar worden. Dat elk der zoodanigen hier eens bij jozef ter school kvva-