is toegevoegd aan uw favorieten.

De heilzame raad tot onderhoud van het leven, of De voedende Jozef, als de behouder des levens van een groot volk; naar aanleiding van Gen. XLI: 55b

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het volk, en de eer en heerlijkheid van farao. De Heere jezus kan niels anders bedoelen, dan de eeuwige behoudenis van Zijn volk, en de eer en heerlijkheid Gods des Vaders. Jozef maakt het volk arm, doch gelukkig. Niet minder de Heere jezus, Hij ontkleedt Zijn volk, en dekt het. Maakt hen hongerig, en voedt hen. Arm, maar nogtans rijk. Bedroefd, en verheugd. Benaauwd, en in de ruimte. Dood, en levend. Van alles uitgesloten, en nogtans alles deelachtig. O, welk een wonder! Hoe onbegrijpelijk voor de natuur. Eindelijk, jozef verplaatste het volk van het eene uiterste des lands naar het andere. De Heere jezus zal eens al Zijn volk verplaatsen van de aarde naar den hemel, en aldaar zal geen nacht zijn.

Dus gezien hebbende, hoe jozef een voor- of zinnebeeld van den Heere jezus was, laat ons nu eens zien wat wij in het algemeen door het volk moeten verstaan, dat tot jozef kwam. Wij lezen in deze geschiedenis, dat niet alleen Egypteland, alwaar het volk afgodendienaars waren, zoo raasde van den honger, maar ook Kanaan , waar de broeders van jozef woonden, want ook die kwamen lot hem om koren. Dat land, waar het anders vloeide van melk en honig, had nu gebrek. Maar men ziet, dat eerst de Egyptenaren'door het bestel van farao, tol jozef kwamen, en twee jaren later de zonen israels, zijne broeders. Mij dunkt, hier zien wy duidelijk afgebeeld, dat toen de Heere jezus door lijdelijke en dadelijke gehoorzaamheid alles volbragt had, en de schuren van de goederen des genadeverbonds vol waren, en er geestelijke hongersnood en gebrek kwam bij de Heidenen, die anders afgodendienaars waren, voor welke Christus eene dwaasheid was, doch toen door dien geestelijken honger gedreven, kwamen zij lot Christus, gelijk dit ook voorzegd was, want zij zouden komen uit de landen van het Noorden, Jer. XXXI, alsmede van Assur, en tot Hem zouden zij komen, want in den Heere Heere waren geregligheden en slerkle. Zoo heeft men de Heidenen met menigte