is toegevoegd aan uw favorieten.

Den van God uitverkorenen zondaar begrepen tot zijn' eeuwige behoudenis, aangetoond uit Jez. XLI: 8,9,

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men in 't gerigt, Pred. 11: 9. Ja! gij, die alle waarschuwingen en vermaningen als in de wind hebt geslagen, de stem van uw geweten verdoofd, met de tranen en gebeden uwer ouders en leeraars hebt gespot , en dus nog niets anders hebt gedaan als voor uzelven een schat des toorns vergaderd tegen den dag van Gods toorn! Ik moet ulieden ook eens vragen2 Leeft gij niet in de verbeelding dat gij nog niet sterven kunt, omdat gij nog jong en sterk zijt P Schrijft gij uzelven wel niet nog een lange reeks van jaren toe? Ach! armen! gij zult uzelve bedriegen! Ziet eens terug in het afgeloopen jaar, hoe vele jonge bloemen die als gras zijn afgesneden. Ja! ook mijn vaderlijk hart heeft dit moeten ondervinden, daar ik mijne geliefde dochter van ruim achttien jaren mij door den dood zag ontrukken, en hoe velen hebben met mij in dat zelfde lot moeten deelen, dus ziet gij verdwaalde jeugd, dat de jeugdige leeftijd u niet waarborgt voor de dood! Daarom moet ik u vragen, als nu dit uw laatste jaar eens is, en God u ook eens in dit pas begonnen jaar komt op te roepen om van hier uit dit leven te verhuizen, en voor den Regter des hemels te verschijnen, hoe zult gij dat maken? Zult gij uzelven dan voor dien Regter kunnen vrijmaken? Neen! neen! jongelingen en jonge dochters, gij zult voor God niet bestaan kunnen, ik vrees dat het met u zal gaan, zoo als ik eens bij een stervende jonge dochter van ruim twintig jaren bijwoonde, welke met half doode lippen mij antwoordde: Ach! leeraar! gij hebt uw ziel bevrijd en zijt rein van mijn bloed, doch ik ga verloren! Het is voor mij nu te laat! Mijn tijd is voorbij! Kom jeugd! spie-