is toegevoegd aan uw favorieten.

Italië-Abessynië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar dan zal Italië vechten als géén hunner, als een in 't nauw gedreven tijger. Oorlogvoeren is in den grond een nationaal bedrijf. Misschien daagt er opeens hulp voor Italië op van een „bondgenoot", die de kans schoon ziet. Daar zijn er genoeg, die naar revanche haken. Maar in elk geval zal men van stap tot stap verder gaan en misschien al heel spoedig tot 't uiterste zijn toevlucht moeten nemen: van zee en van de lucht uit de Italiaansche steden bombardeeren. Waarom wèl Adoea en niet Napels?

Dat beteekent: het arme, misleide Italiaansche volk zal op de gruwelijkste wijze worden geteisterd en den dood ingejaagd. Wij vragen: Is dat verdiend? Mag dat „recht" heeten? Is dat geoorloofd! Onder kunstmatige geestdrift en in gedrukte stemming is dit volk ten oorlog gegaan. Zij hadden geleerd, dat 't niet anders kon, dat 't moest. De meesten geloofden het; en de anderen werden gedwongen. Bekijkt eens aandachtig de twee vrouwengezichten op den omslag dezer brochure: angstig het eene, verbeten smart op het andere. De kinderen begrijpen niet, loopen mee om vader naar de boot te brengen. Op deze menschen, die reeds zwaar lijden, de oorlogshel loslaten! Beesten zijn zij, die dat kunnen. Wie kunnen dat! Antwoord: Alle menschen, die aan den oorlog meedoen. De oorlog maakt nu eenmaal menschen tot beesten. Reeds vanuit de verte doet de oorlog zijn invloed op ons gelden. Voor velen onzer is het ontzettend tooneel van Abessinië reeds een sportveld geworden. „Wie wint er?" De mensch stompt dadelijk af. En de vecht-harstocht heeft hem aanstonds te pakken.

Wat in Abessinië gebeurt, is gruwelijk onrecht en beestachtige wreedheid. Nu wil men dat, „zoo noodig", ook Italië aandoen, om deze natie mores te leeren. Maar waar is ons geleerd, dat wij onrecht met onrecht en wreedheid met wreedheid (nog wel op onschuldigen; ook duizenden soldaten zijn onschuldig!) mogen tegengaan! Wie maakt ons wijs, dat het recht met zulke gemeenheden kan worden gediend! Zegt niet, dat wij het te erg voorstellen of dat het zoover niet hoeft te komen. Zij, die zoo spreken, durven de waarheid niet aan en de werkelijkheid niet in 't gezicht zien. Wij weten: daartoe kan het komen, en daarmee moeten we dus rekening houden.

Daarom heeft de uitspraak: „militaire sancties behoeven niet tot oorlog te leiden", geen zedelijke beteekenis. De vraag is: kunnen zij er toe leiden? En daarnaast: waaruit bestaan die sancties?