is toegevoegd aan uw favorieten.

Pinksteren

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij mogen Zijn getuigen zijn, tot aan de uitersten der aarde.

Wij mogen zijn het licht der wereld, het zout der aarde.

Wij mogen de menschen dwingen om in te gaan.

Wij mogen uitgaan in de straten en wijken der stad, in de wegen en heggen.

Wij mogen zieken bezoeken, zwakken sterken, gevangenen troosten, dorstigen een beker koud water reiken in den naam van een discipel.

Wij mogen het werk des Geestes in ons leven openbaren.

Ja, wij mogen — o onbegrijpelijke genade van het Pinksterfeest — liefhebben met en in de liefde, waarmede Jezus ons heeft liefgehad en nog altijd liefheeft, liefhebben mild en overvloedig, liefhebben dankbaren en ondankbaren, kerkelijken en onkerkelijken, vromen en goddeloozen, vrienden en vijanden.

Dat is Pinksteren: liefde uit God en tot God en van God en om Gods wil tot de wereld en de menschen.

Deze liefde is maar niet een van de vele menschelijke deugden, die wij ons, met inspanning van al onze kracht en tot vorming onzer persoonlijkheid, eigen moeten maken.

Zij is een gave van God.

Zij is vrucht van den Heiligen Geest.

Zij is Pinkstergenade.

Is deze vrucht van den Geest er?

Zijn wij in dezen zin vervuld met den Heiligen Geest?

Wij zijn geneigd om te zeggen: neen, deze vrucht is er niet!

In elk geval: deze vrucht wordt maar bitter weinig onder ons gevonden!

Wil dat zeggen, dat wij geen kinderen van God zijn?

Neen, dat niet, maar het wil wel zeggen, dat het voor ons nog geen Pinksteren is.

Misschien is het voor ons wel Kerstfeest en Goede Vrijdag, maar nog geen Pinksteren. Misschien zoeken wij het wel bij Jezus, maar Jezus is voor ons nog niet de Heere! Misschien zijn wij wel kinderen van God, maar leven wij nog in „dienstbaarheid tot vreeze" (Romeinen 8:15).

Zoo zijn er inderdaad, kinderen van God, maar de vrucht des Geestes ontbreekt in hun leven.

Maar zoo is het niet de wil van God.

God wil, dat wii Pinksteren zullen vieren, dat wii zullen tfe-