is toegevoegd aan uw favorieten.

Geen weezen!

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook Hem kost het veel, hen te verlaten. Vooral omdat Hij weet hen als schapen te midden der wolven te zenden, en al wat er met hen geschieden zal reeds van te voren ziet. Hij weet hoe ze klagen zullen : //En wij hoopten, dat Hij was Degene, Die Israël verlossen zou." (Lucas 242!). Hij weet hoe een Petrus bitterlijk zal weenen. Hij weet hoe de vijandschap tegen hen zal losbarsten .... En toch : Zijn hart kent nog andere ontroering, die Hem troost en sterker is : de ontroering der vreugde over de aanstaande voltooiing van het werk, door God alle eeuwen gewrocht. Daardoor weet Hij, dat 't alleen schijn is, dat ze als weezen overblijven, terwijl in werkelijkheid, Hij dichter bij hen komt dan ooit, juist door hen nu te verlaten. Begrijpen ze dan Zijn raadselachtige uitspraak op dit oogenblik nog niet: geen nood, ze zullen het na dezen verstaan. Nu slechts geloofd, zonder te begrijpen, eenvoudig op 's Heeren woord afgaande.

Soms schijnen we weezen te worden als God iets beters met ons voor heeft. Daarom gehoorzaam Hem vertrouwd en op Zijn W oord gehoopt ! De Meester heeft het gezegd : //Ik zal u geen weezen laten" — dat is genoeg!

Ik zeide het reeds : al hebt gij ook reden tot droefenis, ze is bij u lang niet zoo groot als bij de discipelen. Het zou den Dienaar des Heeren niet voegen zich bij den Heere Zelf te vergelijken. Doch daarom mag uw Leeraar met te meer vrijmoedigheid u in den naam van zijnen Zender dit woord des Heeren overbrengen : ,/Ik zal u geen weezen laten".

Wanneer een Dienaar des Woords en een Gemeente in liefde met elkander leven, en de Dienaar in haar een belangrijk arbeidsveld vond, terwijl de Gemeente zijnen arbeid waardeerde, dan ontstaat, wanneer de Herder naar elders moet gaan, bij de kudde een gevoel van verlatenheid, en vreeze voor wat nu gebeuren zal. Pasten Dienaar en Gemeente bij elkander, dan gevoelt de laatste zich verweesd als de scheiding moet komen. En dat gij, Geliefden, u zóó gevoelt en met droefenis uwen herder ziet vertrekken, is mij niet onbekend. Meent echter niet, dat de droefenis alleen uwerzijds is, en het mij niets kosten zou u achter te laten. Waar deze een-en-twintig maanden als een droom voorbijgingen, is het ons evengoed als u pijnlijk dien schoonen droom te zien eindigen. We vonden een ruime plaats in uw hart, en uw welzijn is ons niet alleen uit plicht, doch ook uit lust een oorzaak der bekommering.

Deze dingen behoeven niet gezwegen te worden. We mogen ze zeggen tot roem van Gods genade. Ik ben verheugd, dat mijn afscheid zóó kan zijn, en er niemand uwer is, van wien ik ver-