is toegevoegd aan uw favorieten.

Geen weezen!

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gods kinderen. En de trooster bereidt in dien tempel telken dage de offerande der dankbaarheid, die Gode welgevallig is.

Deze belofte des Heeren met haar rijken inhoud geldt voor alle tijden, en maakt de vervulling der profetie, die anders dwaasheid zou schijnen, uitgesproken als ze werd vlak voor Jezus' hemelvaart: „Ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld" (Matth. 2830), tot Goddelijke waarheid. Weinig wordt ze gewaardeerd in tijden van voorspoed, als de Kerk tot eere en macht komt en geens dings gebrek heeft. Dan meent ze zoo spoedig genoeg aan zich zelve te hebben, en hecht ze te veel aan het aardsche en vergankelijke. Doch wanneer moeilijke dagen komen, en vreeze en droefenis de behoefte aan troost doen gevoelen, leeft 's Heeren Kerk weer bij zulke woorden. Het aardsche verliest zijn bekoring en het geestelijk uit den Heere leven wordt meer gevonden. Om Zijn tegenwoordigheid wordt gebeden en Zijn belofte is de eenige maar voldoende pleitgrond.

^aak is het noodig, dat God ons kastijdt en veel ontneemt, opdat we wederom leeren zouden alleen op Hem te leunen. Al het aardsche, wat den Christus in den weg stond, verwijdert Hij. Eerst kost ons dit pijn, maar dit duurt slechts tot de schoonheid van den Christus, Die er achter stond, onze ziel gaat ontroeren. Dan vergeten we al 't andere, en zien niemand dan Jezus alleen. En zoo heeft God zijn doel bereikt. Zoo erkennen we ook, dat 's Heeren belofte vervuld wordt, en wij inderdaad geen weezen gelaten zijn. Zoo weten we eindelijk, dat niemand of niets ons dit ontrooven kan. Alles wat van deze aarde is, gaat voorbij. Maar nooit zal de liefde van Hem vergaan, Die ons tot Zijne kinderen aannam, met vaderlijke zorg over ons waakt, en ons verzekerde, dat niemand onze blijdschap van ons nemen zal.

Laat ons niet dankbaarheid gedenken, hoe het den Heere behaagde deze belofte ook aan ons te vervullen in den tijd, dat wij bij elkander waren. Hij heeft ons in ruime mate gezegend. Ook op stoffelijk gebied en in toeneming van ledental. Ook doordat velen begeerte toonden naar de prediking des Woords, zoodat zelfs de zitplaatsenruimte in ons kerkgebouw uitgebreid moest worden. Ook doordat we gunst bij de menschen ontvingen en in breeder kring dan tot dusverre belangstelling wekten. Doch veel meer nog op andere wijze, door innerlijke geestelijke zegeningen. God heeft Zijn heerlijkheid onder ons willen openbaren, en in den Dienst des Woords en der Sacramenten ons veel verkwikking en leering geschonken, ja ook bekeering des harten en vernieuwing des levens doen zien. De gemeente is door Hem geestelijk gebouwd, en hoe menigwerf heeft onze ziel zich ver-