is toegevoegd aan uw favorieten.

Gods handelingen in de wonderlijke leiding van Jakob Semon, door hem, op 23-jarigen leeftijd, te trekken uit de duisternis en te brengen tot Zijn wonderbaar licht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was om te deelen aan des He-eren Avondmaal Hij leerde in weinige maanden zijne belijdenis. Hij gevoelde groote lust om van de eerste gelegenheid gebruik te maken; maar in zijn huis het formulier lezende en ziende de noodige vereischten van een waar Avondmaalganger, zag hij in zichzelven en bevond zich een zondigen ellendeling en vroeg zichzelven af: Zoude ik mij niet een ooi deel eten en drinken ? Doch in de kerk komende, raakte hij werkzaam over het Avondmaal en de beteekenende zaak, en werd zeer begeerig naar den Heere Jezus en ging ter tafel, en genoot veel van de nabijheid tteeren, en deze woorden kwamen met kracht en vertroosting op zijn hart, uit Handel. 9 vs. 19. En als hij spijze genomen had werd hij versterkt. O! zeide hij wat ging er niet een groote vreugde in mijne ziele om' daar mocht ik proeven en smaken, dat de Heere goed is. Ik raakte weer bij vernieuwing in den Heere weggezonken: ik mocht zien dat ik geloovende gegeten en gedronken had, in eene geestelijke betrekking: ik ben versterkt m den Heere, en toen kreeg hij te zien dat 1^a,chtmaal des Heeren geen middel is om onze scnuld te verzoenen, maar tot versterking van het gelooi voor Gods kinderen. Hij was zoo vol van des Heeren lor, als hij in zijn huis kwam zong hij Psalm 103 :1.

Loof, loof den Heer, mijn ziel, met alle krachten; verhel zijn naam, zoo groot, zoo heilig 't achten:

Och oi nu al,-wat in mij is, Hem preez'!

-Loot, loof mijn ziel, den Hoorder der gebeden; Vergeet nooit één van Zijn weldadigheden;

Veigeet ze niet; t is God, die z' u bewees.

Hij genoot meer vreugde in zijne ziel als de wereldmgen, die hun koorn en most zien vermenigvuldigen en deze woorden kwamen op zijn hart: Ik zal u leiden naar Mijnen raad, en hij mocht alles aan den Heere toevertrouwen. Hij was zeer stipt op Gods dag, en men zag hem nimmer, dan als hij de kerkgang waarnam, of de gezelschappen der vromen.

Men zag hem niet langs wegen wandelen. Hij zeide, dat hij evenwel nog te veel afleiding had. Het was ook