is toegevoegd aan uw favorieten.

De lijdensgeschiedenis eener Duitsch-Protestantsche kolonie onder het Sowjet-regiem

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Huiszoeking "

Dat verschrikkelijke woord I Bevend volgde Dorothea

Heininger de gewapende mannen, die langs haar heen het huis ii» gingen. In Erich ontwaakte de soldaat. Hij was volkomen beheerscht. Met groote kalmte trad hij den tsjekisten tegemoet.

Wat te verwachten was, gebeurde: Hen beval Erich Heininger mede te gaan.

In zijn kamer was alles overhoop gehaald, leder beschreven stuk papier namen de rooden mee. Zorgvuldig had Erich alles vernietigd, waaruit zijn dienst in het vrijwilligersleger kon blijken. Alleen den laatste brief van zijn vader had hij bewaard. Die kon hem verraden.

Snikkend wierp Grete Heininger, zijn vrouw, zich om zijn hals.

„Wat moet er van mij worden, als je weg bent," jammerde zij. „Over drie maanden komt ons kindl Wat moet ik zonder jou beginnen?"

De kleine Johannes was door het lawaai ontwaakt en weende bitter. Dorothea wees op het kind.

„Wilt ge hem zijn vader afnemen?" klaagde zij. „Bedenkt hoe het jullie te moede zou zijn, als je je jonge vrouw in zoo'n toestand moest acherlatenl Denkt aan jullie oude moeder, hoe die zou lijden!"

In het gezicht van één der tsjekisten, — het was een Rus — spiegelde zich een zekere ontroering af.

„Huil maar niet, Matoesjka x)," sprak hij goedig. „Je zoon zal spoedig weer bij je zijn."

Hij wist heel goed, dat dit niet waar was. Hij wilde echter aan zijn medelijden uiting geven.

De leider der troep echter, — als gewoonlijk een jood — beet de vrouw toe:

„Als je niet dadelijk stil bent, zetten we je tegen den muur. Voorwaarts, marsch!"

Grete Heininger werd ruw van haar man losgerukt; met een schop werd hij de deur uit gewerkt.

„God sta jullie bij", kon hij zijn vrouw en zijn moeder nog toeroepen. Toen verdween hij in den donkeren nacht.

Een week later vernamen de Heiningers, dat Erich als Duitsche spion en Witgardist doodgeschoten was.

„Dat was het begin", zeide de oude grootvader. „God geve, dat wij behouden en gelouterd deze groote droefenis te boven komen."

Zoo moest de oogst dit jaar zonder Erich binnengebracht worden.

Het graan was goed opgekomen. De prachtige zwarte aarde gaf bij voldoende vocht haar opbrengst ook zonder eenige bemesting. Er waren ook weer drie paarden en eenige koeien op de boerderij.

Maar het oogsten was een zware last geworden. Met den dood in het hart, waarin geen vreugde en geen hoop meer leefde, ging men aan den arbeid. Geen vroolijke blikken volgden den wagen over het veld. Zelfs de kinderen, die aan den kant van het veld

x) Matoesjka — Moedertje.