is toegevoegd aan uw favorieten.

Afscheidspredikatie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik in een zekeren strijd der ziel te verkeeren;'aan den eenen kant voor mijn persoon wilde ik gaarne nog wel zoo uw Leeraar blijven, ja, wel tot den dag mijns doods, maar dan verrees de vraag in mijn hart, als gij nu zoo wilt blijven voortgaan, in zulk een zwakheid des lichaams, wat moet er dan van de Gem. worden, gij kunt bijna niets meer doen, geen huisbezoek, geen ziekenbezoek, geen begrafenissen meer leiden, geen lidmatencatechisatie houden, nog maar de helft der gewone catechisaties, niet een vergadering van Classe, of Synode, Particulier noch Algemeene meer bijwonen, ook in betrekking tot de Christelijke School en Jongelings-vereeniging, aan dat alles, en wat nog meer zij, kunt gij niets meer doen, dus hoe kunt gij dan nog langer Leeraar zijn, dan moest ik zeggen: ach neen, het is evenwel altijd met zooveel gebrek gegaan, maar nu is het toch niets meer gedaan, en zoodoende kwam ik daarmede dan gedurig voor den Heere, och Heere, mocht U mij toch den weg aanwijzen, wat ik toch te doen heb, en zoo ging dat door tot in de maand October, toen ik met deze zaak weer voor den Heere kwam, of Hij mij toch wilde aanwijzen wat ik te doen had, toen op een oogenblik was het als of ik in mijn hart kreeg, gaat tot de Piiesterschaar van den ouden dag, en gij zult weten wat gij te doen hebt, en ja waarlijk, daar ging ik aan het lezen, en las ook deze tekstwoorden, waardoor ik kwam tot een volkomen overtuiging der ziel, dat ook ik, nadat ik 70 jaar was geweest, mijne bediening des Woords mocht neerleggen, en mijn overige dagen in stilheid mocht doorbrengen, en dit alles heeft mij aanleiding gegeven, om met deze tekstwoorden mijn herderstaf in UI. midden hedenmorgen neer te leggen, en wil u dan gaan wijzen op drie

zaken:

ten le. ten 2e. ten 3e.

Op de voortreffelijkheid des tabernakels; Op den gewichtvollen arbeid der Priesters; Op de rust die zij van den Heere verkregen.