is toegevoegd aan uw favorieten.

Het verband tusschen dogmatiek en exegese

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weerlegging der dwalingen ? Ook al niet; I lees slechts den Catechismus, vooral in die Zondagen die rechtstreeks tegen Rome's valsche leer strijden; in de-Bezems de polemiek tegen de Wederdoopers en de oude ketters; in de Vijf Artt. de krachtige en heerlijke strijdtaal tegen de Remonstranten. Kan dan het „wetenschappelijke" gelegen zijn in een dogmenhistorisch kleed? Ook dat niet. Dogmatiek is wat anders dan geschiedenis der leerstellingen; in een Dogmatiek is alleen plaats voor de historie der dogmata, voorzoover die kan dienen om den zin van de dogmata beter te doen verstaan, en om te weten, waartegen de leer der Kerk als de waarheid Gods moet worden verdedigd. Zou „wetenschappelijk" hier niet een eigen zin moeten hebben ? een theologischen zin, een geloovigen zin; den zin van de heilige wetenschap, die zoowel in den vorm van voorstelling als in den inhoud zich richt naar de onderwijzing van den hoogsten Profeet en Leeraar? Zou ons tot wegwijzer kunnen dienen wat Dr: B. van de Schrift als principium heeft gezegd, en dat hij, m. i., verder sprekende, zelf voorbijziet?

Ik kom daarop terug, en lees nu vooraf met u de definitie van de taak der Dogmatiek van Dr. Kuyper. „Voor de Dogmatica generalis blijft het eisch, dat de Dogmaticus beginne met uit geheel het dogmatisch apparaat den waarheidsinhoud uit te lichten; dat hij daarna dien waarheidsinhoud naar zijn organisch en samenhang, met aanvulling van de verbindingsleden ordene, en voorts in die orde van de onderscheidene stukken de waarheid uit de Heilige Schrift bewijze, ze verdedige tegen de haeresie, en doe uitkomen,hoe ze in de dogmatische belij denis der Kerk hun j uiste uitdrukking hebben gevonden, öf nóg j uister en op nóg volkomener wijze kunnen vinden.... Het is in de Dogmatiek om de assimileering en de reproduceering der geopenbaarde waarheid te doen, en wijl deze waarheid niet uit losse

stukken noch uit historische toevoegselen bestaat, maar organisch één is, en diensvolgens ook alle dogmata slechts membra zijn van tj Aoy/xx, moet evenzoo in de Dogmatiek deze organische eenheid de band en het systeem zijn." Dl. III, Encycl., bl. 414.

Wat K. en B. zeggen van de taak der Dogmatiek, dat zij meer dan de Belijdenis uit haar aard kan en behoeft te doen, den vollen rijkdom der Godskennis uit de Schrift heeft voor te stellen, en dit in organischen samenhang, daarmede zijn wij 't van harte eens. Iets anders is het, wat de systematiseering betreft. Dat de H. Schrift slechts „kiemen" bevat, en geen dogmata, kan ik Bavinck moeielijk toestemmen(l); en bij Kuvper's zeggen, dat de dogmaticus eerst den waarheidsinhoud moet uitlichten en daarna dien ordenen naar zijn organischen samenhang,. met aanvulling van de ver binding sleden — plaats ik meer dan één vraagteeken.

In Rom. 5 : 12 v.v. b.v. is duidelijk een dogma geleerd. De Schrift zelve spreekt van „een voorbeeld der leer", Rom. 6 : 17; van de leer, de analogie des geloofs, Rom. 12 : 6. In Joh. 17 : 3 leert Jezus ons de eenheid van wat we hebben te gelooven, aldus: „Dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den eenigen waarachtigen God, en Jezus Christus, dien Gij gezonden hebt." En in de opdracht aan de apostelen wijst Jezus aan, dat het systeem der leer is vervat in de belijdenis van den éénen Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes. Matth. 28 : 19. In 1 Cor. 2 : 2 noemt Paulus als middenpunt en hoofdinhoud van de leer en bediening des Woords : Jezus Christus en Dien gekruist. Dr. Bavinck heeft dus wel gelijk, dat de H. Schrift liefst het principium Theologiae moet worden genoemd, omdat „principium" wijst op een organisch verband. Een organisch verband wijst echter niet slechts op kiemen en zaden, op stof die te verwerken is en in systeem moet worden gezet, maar op een