is toegevoegd aan uw favorieten.

Calvijn en de Heilige Schrift

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pro memorie worden uitgetrokken. Calvijn had geen behoefte aan eenige inspiratie-theorie, omtrent de Schrift De H. Geest had de heilsprediking, die zij bevat, als goddelijke waarheid aan zijn hart bezegeld. Hij had Gods stem daarin gehoord, die hem had verzekerd, dat zijn zonden hem vergeven waren en dat hij als kind van God was aangenomen. Dat was hem genoeg. Eerst toen het krachtig geloofsleven, dat in de hervormers met zoo wonderbare kracht omhoog welde, ging afnemen en men, om het eens kras uit te drukken, de waarheid der Schrift niet meer aan den lijve ondervond, eerst toen de onmiddellijke geloofservaring reflexie werd en 't geloofsgetuigenis dogmatische uitéénzetting, toen is men behoefte gaan gevoelen, afwijkende van de lijn door Calvijn aangegeven en daardoor het geloof een ander karakter gevende, aan een inspiratie-theorie omtrent de Schrift, en toen kreeg men dat moeizaam geknutsel, waar de dissertatie van Dr. de Groot bijna op elke bladzijde getuigenis van aflegt, om de vraag te beantwoorden, in hoeverre de bijbelschrijvers amanuenses van den Heiligen Geest waren, die schreven dictante Spiritu Sancto, en in hoeverre zij hun eigen persoonlijkheden bleven met eigen inzicht en denkrichting.

Hoe Calvijn over de bijbelschrijvers denkt, blijkt genoegzaam uit zijn commentaar op Joh. 16 : 12. Daar zegt Jezus, dat Hij zijn discipelen nog veel heeft te zeggen, wat zij nog niet dragen kunnen. Maar de H. Geest zal komen, die hen in alle waarheid zal leiden. Dr. de Groot haalt wat Calvijn daar zegt aan als een bewijs door de „grafische inspiratie". Leest men echter nauwkeurig, dan zegt Calvijn, dat zij door 't ontvangen van den H. Geest vieuwe menschen zouden worden, geheel andere dan zij tot dusverre waren. De H. Geest zou hen onderwijzen en dan zouden zij een veel klaarder inzicht in de waarheid Gods ontvangen, dan zij ooit hadden bezeten. Wat zij dus, onderwezen door den H. Geest, als nieuwe menschen hadden geschreven, konden zij dus zonder eenig bezwaar als door den Geest ingegeven beschouwen: Si la doctrine qu'ils ont mise par escrit estoit procédée de nouveaux apprentis, ou gens encore mal exercez, ce ne seroit chose superflue d'y adjouster: mais maintenant, veu que leurs escrits sont comme registres authentiques et perpétuels de ceste révélation qui leur a esté promise et accomplie en eux: on n'y pour