is toegevoegd aan uw favorieten.

Zing!

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8. LAAT ZANG EN SPEL.

1. Laat zang en spel, tamboer en fluit.

Nu klinken tot Gods eer Dat orgel, citer, harp en luit.

Ook opga voor den Heer Die haast wel van ons keren kan, Duc d'Alve, de tiran.

2. Gods goedheid wezen moet verteld.

Die nog zo voor ons zorgt,

En ons den Briel en Mase stelt

Als tot een vaste borcht.

Die haast wel van ons keren kan Duc d'Alve,de tiran.

3. De Spanjaard werd nu een gebit

In zijnen mui] geleid;

God zij, die daar omhoge zit.

Gedankt in eeuwigheid.

Die haast wel van ons keren kan Duc d'Alve, de tiran.

4. Gij prinsen, heren van ons land.

Maakt ons de Spanjaard kwijt, Malkandren trouwlijk biedt de hand,

In Godes vrees altijd.

Die haast wel van ons keren kan Duc d'Alve,de tiran.

9. KOMT NU MET ZANG.

1. Komt nu met zang van zoete tonen,

En u met snarenspel verblijd.'

Zingt op en wilt alom betonen

Dat gij van harte vrolijk zijt.

Juicht God ter eer.

Zijn lof vermeer,

Die zulke grote werk Gedaan heeft voor Zijn kerk.'

2. In Israël was dat een wijze,

Valt met haar ook de Heer te voet. Dat elk nu toch God roem en prijze.

Die ons zoveel weldaden doet.

Roept overal Met groot geschal:

Lof, prijs en dank alleen Zij God, en anders geen.

3. De Heer heeft eertijds Zijnen volke

Geholpen uit veel angst en pijn Hij geeft ja wel een duister wolke.

Maar weer daarna schoon zonneschijn. Lof zij die Heer,

Die ons ook weer Geeft na veel smart en druk Veel zegen en geluk.

10. HERE, KERE VAN ONS AF.

1. Here, kere van ons af

Uw vertorend aangezicht.

En door deez' verdiende straf

Ons verblind verstand verlicht.' Dat Uw vriendelijk gelaat

Lichtend over ons mag staan.

En Uw uitverkoren zaad

Eens toch mag met vrede gaan.

2. Toom en breidel 'svijands macht.

Die 'tal in beroeren stelt.

Heer, verschijn eens zo met kracht,

Dat hij ruimen moet het veld.

En Uw volk na zulk een werk

Veilig eenmaal opgaan mag In Uwe lieve, heil'ge Kerk,

U te loven nacht en dag.

3. Doch zo 't U believen zal.

Dat Gij ons nog langer zult Laten in dit ongeval.

Geef ons, Here, toch geduld.

Laat dan Uwe wil geschiên,

Want voorzeker en gewis Gij, kunt weten en voorzien Wat ons meest van node is.

11. O NEDERLAND, LET OP UW ZAAK. I

1. O Nederland, let op Uw zaak:

De tijd en stond is daar.

Opdat niet in de hoek en raak' Uw vrijheid die voorwaar Uw ouders hebben dier gekocht Met goed en bloed en leven.

Want zij werd nu gants en

't enen maal gezocht Tot niet te zijn verdreven.

2. Neemt acht op uwer landen staat. Uw volk end' steden meest

Zijn sterk end' daar is raad en daad j Van ouds altijd geweest.

Uw adel is manhaftig vroom,

Men vindt niet haars gelijken.

Houdt de Spanjaard doch, ik bid u

in de toom,

Dat hij van ons mag wijken.

12. O HEER, DIE DAAR DES HEMELS

TENTE SPREIDT.

1. O Heer, die daar des hemels tente spreidt

En wat op aard is hebt alleen bereid, 1 Het schuimig woedig meer kont maken stille En alles doet naar uwen lieven

wille. 1