is toegevoegd aan uw favorieten.

Zing!

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Hij, die steeds in bange dagen

Onzen vaad'ren uitkomst gaf,

Blijft dezelfde; Hij zal schragen,

Snel tot hulp en traag tot straf.

Loof den Koning, loof den Koning, Die u redt van dood en graf.

3. Als een vader vol ontferming.

Kent Hij onze kleine kracht. En draagt ons door zijn bescherming,

Rukt ons uit des vijands macht.

Loof den Koning, loof den Koning Van geslachte tot geslacht.

4. Wij zijn teer als zomerbloemen:

Waait de wind - wij zijn niet meer; Ja, wij sterven, maar wij roemen:

God verandert nimmermeer.'

Loof den Koning, loof den Koning; Hij is eeuwig God en Heer.

5. Eng'len, helpt ons Hem te aanbidden.

Gij, die schouwt zijn majesteit.' Zon en maan, eert Hem te midden

Van wat leeft in ruimte_pn tijd.'

Looft den Koning, looft den Koning, Looft Hem in der eeuwigheid.'

83. ACH, BLIJF MET UW GENADE.

1. Ach, blijf met Uw genade,

Heer Jezus ons nabij:

Opdat ons nimmer schade Des vijands heerschappij.

2. Woon met Uw levenswoorden.

Verlosser.' bij ons in,

En trek ons met de koorden Van Uwe zondaarsmin.

3. Ach, licht ons met Uw stralen

Gij.Licht der wereld, voor, Opdat wij nimmer dwalen Of struik'len op ons spoor.

4. Ach, blijf ons met Uw zegen

Nabij, schatrijke Heer.'

En zend op onze wegen Uw kracht en goedheid neêr.

5. Ach, neem ons in Uw hoede,

Gij, onverwinbaar Held! En weer des bozen woede En 's werelds boos geweld.

6. Ach, bli jf ons met Uw trouwe

Nabij, God, goed en groot. Op Wien ons harte bouwe In alle nood en dood.

84. BEVEEL GERUST UW WEGEN.

1. Beveel gerust Uw wegen.

Al wat u 't harte deert, Der trouwe hoed' en zegen

Van Hem, die 't al regeert. Die wolken, lucht en winden

Wijst spoor en loop en baan, Zal ook wel wegen vinden, Waarlangs Uw voet kan gaan.

2. De Heer moet gij vertrouwen,

Begeert gij d'uitkomst goed, Op Hem uw hope bouwen.

Zal 't slagen wat gij doet.

Door geen bekommeringen,

Geen klagen en geen pijn • Laat God zich iets ontwringen: Hij wil gebeden zijn.

3. Laat Hem besturen, waken,

't Is wijsheid wat Hij doet.' Zo zal Hij alles maken.

Dat g'u verwond'ren moet, Als Hij, die alle macht heeft.

Met wonderbaar beleid Geheel het werk volbcacht heeft. Waarom gij thans nog schreit.

85. VAN U ZIJN ALLE DINGEN.

1. Van U zijn alle dingen,

Van U, o God.' alleen,

Van U de zegeningen,

O Hoorder der gebeên.'

Uw liefd' en trouw omringen,

Mijn wankelende schreên. En wat w'ooit goeds ontvingen. Het was van U alleen.

2. Gij kent steeds mijne noden,

Waarin Gij trouw voorziet.' Gij geeft geen steen voor broden.

Een slang voor vissen niet.' Wie komt tot U gevloden,

Die Gij geen hulpe biedt? Gij laat de zondaar noden, Nog eer hij tot U vliedt.

3. Reeds vóór wij U iets vragen.

Voorkomt Gij onze beê. Gij hoort ons als wij klagen.

Gij schenkt aan 't hart Uw vree. Gij heelt zelfs in Uw plagen,

Giet.balsem uit in wee.

Gij helpt niet enkel dragen.

Maar draagt ons zelf ook mee;