is toegevoegd aan uw favorieten.

Zing!

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. Het leven is geen vreed' alhier. Geen wapenstilstand vragen. Het leven is: de kruisbanier Tot in Gods handen dragen.'

119. DE KERK VAN ALLE TUDEN.

1. De kerk van alle tijden

Kent slechts één vaste grond: 'tls Christus, die door lijden

Zijn volk aan zich verbond. Om haar als bruid te werven

Kwam Hij ten hemel af.

't Was Hij, die door zijn sterven Aan haar het leven gaf.

2. Uit ieder volk verkoren.

Toch in haar Heiland één,

Is zij door Hem herboren,

Blijft dit haar kracht alleen: Eén Geest, één vast vertrouwen,

Eén doop, één heil'ge dis, Eén Heer, op wie te bouwen Haar troost en rijkdom is.

3. God houdt zijn kerk in leven,

Hoe ook bespot, verdrukt.

Door dwalingen omgevén,

Verscheurd, uiteengerukt. Al roepen van de tinnen

De wachters nog: hoe lang? Straks gaat de dag beginnen En 't klagen wordt gezang.

4. In rampspoed, moeit' en zorgen,

In 't heetste van de strijd,

Wacht zij de grote morgen,

De vrede voor altijd.

Tot eens haar hunk'rend' ogen Aanschouwen, blij ontroerd, Hoe God haar komt verhogen En tot victorie voert.

5. Nog weet zij zich verbonden

In haar drieêen'ge Heer,

Met wie zijn trouw bevonden:

De strijders van weleer. Een wolk van Gods getuigen

Omringt ons in de strijd,

Tot wij met hen ons buigen, Gekroond met heerlijkheid.

120. ONTWAAK, GIJ DIE SLAAPT.

1. Ontwaak, gij die slaapt

en sta op uit de doón, En Christus zal over u lichten.' Zo wekt u, zo dringt u als redder Gods Zoon.

Eer Hij u als rechter komt richten. Ontwaak en sta op,

het gevaar is zo groot.' Wie kiest, o verdwaasde, voor 't leven de dood?

2. Ontwaak, gij die slaapt

in de zonde, met spoed. De nacht is zo lang reeds verdwenen.' Het licht der genade, met

blijdschap begroet.

Heeft d'aarde reeds eeuwen beschenen. En, groots is uw roeping

en heilig uw taak.

En d'uren zijn weinig:

ontwaak dan, ontwaak.'

3. Sta op uit de doden,

o zondaar, en leef. Dat Christus ook over U lichte.'

Sta op uit de doden,

o zondaar, of beef,

Voor God en het jongste gerichte.'

Nog wekt U de Heiland en nog is er raad. Sta op uit de doden, 't is spoedig te laat.'

4. Welzalig de vrome, die wandelt

in 't licht,

Door Christus de doodsslaap ontrezen, Hoe vaak hier de dag

voor de duisternis zwicht, 't Zal nimmermeer nacht voor hem wezen. "Ontwaak, gij die slaapt

en sta op uit de doon.' " Zo spreekt van de hemel

uw Heiland, Gods Zoon.

121. GOD IS GETROUW,

ZIJN PLANNEN FALEN NIET.

1. God is getrouw,

zijn plannen falen niet.

Hij kiest de zijnen uit,

Hij roept die allen.

Die 't heden kent,

de toekomst overziet,

Laat van zijn woorden

geen ter aarde vallen.

En 't werk der eeuwen,

dat zijn Geest omspant.

Volvoert zijn hand.

2. De Heer regeert.'

Zijn Koninkrijk staat vast,

Zijn heerschappij

omvat de loop der tijden; Een sterke hand,

die nooit heeft misgetast,

Blijft met het heilig

zwaard des Geectes strijden, De adem zijner lippen overmant de tegenstand.