is toegevoegd aan uw favorieten.

Een drama in briefvorm

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

feesten zijn er niet. In de winkels — geen papier; behalve lucifers — geheel niets. Op de possjolok voor 300 familie's — men vindt misschien 10 scheermessen, 5 klokken. Men rookt couranten. Als er wat te krijgen is, zijn de prijzen zeer huug. Men moet in aanmerking nemen, dat ons alles afgenomen is. Meenemen konden we slechts het noodzakelijkste, en ook dit is hier verruild, om een stukje brood te krijgen. Wij lijden echter vreeselijken honger, want meer dan 500 gram brood dagelijks bij een 16-urigen arbeidsdag gaf men ons niet. Daar werd dan alles ingeruild, want men was hongerig. Nu hebben we niets dan slechts onze arbeidskracht, die geeft ons voedsel, al is het ook onvoldoende. Als ik echter ongeschikt ben om te werken, ja, dan is het erg met me, dan is de honger een bestendige gast. Wij hebben toch in het geheel geen rechten en zijn, kort gezegd, slaven. Je moet — dit „moet" dwingt allen in het juk. Geloof maar, dat zulke experimenten slechts in Rusland mogelijk zijn.

Men is het leven moe. Vermoeid ben ik. Wanneer zullen wij, armen, rust hebben? Wij werken dagelijks, maar kommerlijk slechts kunnen wij ons leven rekken. Daarbij is mijn kleine hulpeloos uit de wereld gescheiden. Wie draagt de schuld? Zijn dat geen harde noodlotsslagen! Ik ben er getuige van, hoe mijn kinderen tegen mijn wil opgevoed worden. Doet me dat geen pijn? In wiens naam geschiedt dit? Dat God medelijden met ons hebbe!

Genoeg beproeving. Ik twijfel aan alles. Sedert 1914 schijnt de wereld geen rust te vinden.

Gedenk ons, die omkomen.

17 JULI 1932.

Veel tijd is verstreken sinds ik u mijn laatsten brief zond. Ons leven houdt zijn gang. Men ziet terug en verwondert zich, hoe men toch al dat zware, schijnbaar onmogelijke overleefd heeft. Hier waar een oerwoud was, waar nauwelijks een menschenvoet is gegaan, staat nu een possjolok, de gebouwen zijn