is toegevoegd aan uw favorieten.

Een drama in briefvorm

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

13 AUG. 1933.

Gisteren op vrije voeten gesteld. Zonder een enkel middel, zonder brood, bij stroomenden regen werd ik uit de gevangenis ontslagen. Hoe bij de familie gekomen? Op 200 k.m. afstand! Den tweeden dag heb ik niets gegeten, vreesde, dat ik van den honger omkwam. Over het leven van mijn familie weet ik niets, daar ik langen tijd geen bericht heb gehad. Ik schrijf op de post, ik heb de middelen niet om de kaart te frankeeren. God heeft me geheel verlaten. Wat te doen? Ben geheel radeloos. *)

25 AUG. 1933.

Ik schrijf u dezen brief van L. uit, waar ik me zoo juist bevind. Ik heb van den commandant de vergunning gekregen, me in L. een plaats te zoeken. Ja, wat zal dat beteekenen? Het is voor mij een groot raadsel. Vertrouwen doe ik den vrede niet, want de heeren van het politiebeheer zijn anders niet zoo beminnelijk met hun gunsten. Ik weet niet, hoe ik u schrijven moet, om mijn toestand, die letterlijk vreeselijk is, duidelijk te maken.

Tot 11 Aug. was ik in L., van 11—20 Aug. was ik bij mijn familie. Ja, wat ik daar zag, den honger en den grooten nood, die vermagerde gezichten, mijn levensgezellin gebogen door zorgen over de kinderen, die leefden enkel en alleen van bessen, die met roggemeel vermengd, tot voedsel dienden en nog dienen. Het brood bestaat uit bladkool, knollen en zoo meer: gekookt, gestampt, tot koeken gevormd en met wat meel vermengd. Geen enkelen voorraad hebben we. Per persoon 10,5 gram meel per dag — daarmee leven of sterven. God erbarme zich over mij. In de gevangenis zooveel geleden, nu hier die pijnigingen om de familie. Na kort beraad met mijn vrouw, besloot ik, mijn geluk

') Hoewel ongefrankeerd, kwam de kaart toch goed aan. De porto moest bij ontvangst nabetaald worden.