is toegevoegd aan uw favorieten.

Een drama in briefvorm

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BRIEVEN UIT HET JAAR 1934.

19 JAN. 1934.

Uw geachte zending heb ik ontvangen. Ze was intakt en kwam zooals steeds op den juisten tijd aan. Hartelijk dank daarvoor! Mijn toestand is steeds onveranderlijk, en hulp in elk geval noodig.

7 FEBR. 1934.

Hoeveel heb ik aan u te danken, bijna onmogelijk zal het mij zijn, mijn dank over te brengen. Mijn leven, het leven van de mijnen heb ik slechts aan u te danken. Gedenk ik het verleden, hoe veel, veel moeilijks moest ik overleven. Wat staat me nog te wachten? Een verbetering van mijn toestand? Daar heb ik geen hoop op, want ondanks den goeden oogst in dit jaar lijden we honger. De behandeling laat te wenschen over. Eiken dag moet men aan het werk, rustdagen zijn er niet, die zijn niet voor ons. Van de ouden van ons sterft de een na den ander — aan hartzwakte, teweeggebracht door ondervoeding. In de coöperatief is niets te krijgen. Onlangs waren er laarzen — twee paar, de slechte bestonden uit zeildoek, de prijs 30 Rbl. Twee paar op een kolonie met 400 zielen!

Ik werk nu op het kantoor, voor lichamelijken arbeid ben ik niet meer geschikt, daar mijn gezondheid onherstelbaar verwoest is. Het loon, dat ik krijg is nauwelijks de moeite waard, ongeveer 30 Rbl. per maand. Twee maanden heb ik mijn loon niet gekregen, het bedrijf heeft geen geld. Mijn dochter werkt in het bosch, de verdienste is gelijk nul. Het hoogste wat ze bij ingespannen arbeid kan verdienen, is nauwelijks voldoende om de middagen in het spijshuis, ongeveer 7 Rbl. per dag, te bekostigen.

De winter is dit jaar zeer streng. De thermometer heeft aan zijn doel beantwoord. Ingeval hij beneden de 25° aanwijst, moet men niet aan het werk. Dat hebben we doorgezet, daar we voortdurend het bewijs voor oogen hebben. U had maar eens moeten zien, hoe verrast ze waren, als hun getoond werd, dat de temperatuur beneden de 30° was, en de menschen echter