Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2 volgens Petersen 8,!) (na fixatie in „Susa" liever de kleuring volgens

Heidenhain 8')).

Daar de harten reeds in linker-, rechterventrikel en septum verdeeld waren (om deze delen te wegen), konden deze stukjes, na zorgvuldige afspoeling, direct gefixeerd worden. Stukjes uit de spier + 5 mM onder de sulcus coronarius werden onderzocht.

Bij de kleuring volgens Petersen (Heidenhain) zijn de bindweefselelementen fel blauw, de spieren rood tot oranje, de erythrocyten helder rood gekleurd.

Slechts de hoofdzaken van het histologisch onderzoek zullen hier vermeld worden. Wij stellen ons voor dit onderzoek elders uitvoerig te publiceren.

Hoewel ons onderzoek speciaal op het vinden van bindweefselveranderingen gericht was, willen wij eerst enkele andere veranderingen, welke in de praeparaten gevonden zijn, bespreken.

In de eerste plaats werden in een groot aantal van de harten der katten, welke langer dan 30 dagen na de operatie geleefd hebben (n.1. 7), zowel in de rechterventrikel als in de linkerventrikel als in het septum ventriculorum op verschillende plaatsen kleine infiltraatjes van cellen gevonden (fig. 20). Op deze plaatsen is de spierstructuur ook veranderd. De vezels zijn verbrokkeld, de structuur is verloren gegaan: er is degeneratie opgetreden. "Wij beschouwen deze als kleine myocarditische haardjes. Daar ze niet talrijk en zeer klein zijn, geloven we niet, dat er functionele betekenis, tenminste in verband met de „aanvangsdrukreservekracht", aan toe te kennen is. Bij katten is het uit de pathologische anatomie bekend, dat zij gemakkelijk bij ziektetoestanden dit beeld in de hartspier vertonen.

Naast deze celinfiltraatjes werd bij zeer veel katten (n.1. 10) op omschreven plaatsen een zeer afwijkend beeld van de normale hartspier gevonden. Op deze plaatsen, welke zowel in linker- als rechterventrikel, als in het septum ventriculorum aangetroffen werden, zijn de hartspierkernen pyknotisch geworden en uiteen gevallen, hoewel enkele normale kernen ook nog wel aanwezig waren. De structuur der spiervezels was zeer veranderd; de spiervezels waren gedeeltelijk gezwollen, gedeeltelijk verbrokkeld. Dwarse streping was grotendeels niet te zien; op verschillende plaatsen scheen het protoplasma hyaiien

8e) B. Romeis: l.c. blz. 367 § 1197. 8") B. Romeis: l.c. blz. 365 § 1196.

Sluiten